Blog

  • #4  rustig vaarwater

    Laat ik beginnen met de stand van vandaag.

    Afgelopen dinsdag heb ik Carlo, mijn reisgenoot van de eerste dagen, afgezet op het vliegveld van Málaga. Nog nagenietend van de mooie gesprekken die we hebben gehad en alles wat we samen hebben gedaan. Een voetbalwedstrijd van Murcia gekeken, een tour door het stadion van Valencia, een bezoek aan het stadion van Barcelona. Heerlijk door de steden gelopen.

    Carlo gaf me een mooi compliment – en hij was niet de enige die dat zei. Hij waardeert mijn openheid en oprechtheid. Dat ik dingen kan opschrijven zonder iemand te kwetsen. En dat ik me alles nog zo goed kan herinneren.

    Misschien zegt dat ook iets over hoe intens die periode voor mij is geweest. Of dat goed of fout is? Geen idee.

    Maar toen kwam het moment van afscheid nemen.

    “Carlo, bedankt voor deze mooie reis. Voor mij was dit onvergetelijk.”

    En ergens voelde ik: nu begint mijn reis pas echt.

    De eerste dagen alleen waren even wennen. Maar inmiddels begint het te landen. Er komt ruimte om na te denken over de afgelopen dertien jaar. Ik sta nu in Marbella, rustig aan het strand. Even pas op de plaats. Want de rollercoaster van het afgelopen jaar hakt erin.

    Alle emoties zijn voorbijgekomen. En ja — ik héb gevoel. Sommigen denken van niet. Zeggen dat ik gevoelloos ben. Dat is de buitenkant.

    Mocht je mijn reis willen volgen: op Polarsteps kun je zoeken naar Robert Nieland. Daar plaats ik andere verhalen en foto’s.

    Maar goed. Terug naar de vraag:

    Rustig vaarwater?

    We woonden inmiddels een poosje samen. Dan begin je dingen te zien waarvan je denkt: hmm. Achteraf is alles makkelijk analyseren, maar op dat moment loop je toch een beetje met oogkleppen op.

    We werkten allebei. Gewoon druk met de dagelijkse dingen. Je raakt aan elkaar gewend. Je laat weer ongegeneerd scheetjes op de bank en in bed. En ja, ook op het toilet konden we allebei behoorlijk wat lawaai maken, haha. Kortom: het begon op een normale relatie te lijken.

    Toch vielen me dingen op. Regelmatig kwamen er donkere buien voorbij. Hevige huilbuien. Als ik vroeg wat er aan de hand was, kreeg ik steevast:

    “Geen idee.”

    Of: “Niks, gewoon.”

    In het begin nam ik daar genoegen mee. Maar het voelde niet goed. In mijn beleving zijn zulke extreme buien niet normaal. Toch liet ik het op dat moment rusten.

    Ook het alcoholgebruik begon me op te vallen. Gewoon een borreltje drinken zat er niet in. Meestal moest het doorgaan tot het lampje uitging. Maar daar kom ik later nog op terug. Ik heb inmiddels al genoeg om op terug te komen. Man, het wordt nog een lang verhaal. Gelukkig heb ik het geheugen van een olifant. Voor sommige dingen dan 😉

    Voor mij was dat drinken niet normaal. Zelf heb ik niet zoveel met alcohol. Tot mijn 42e dronk ik zo goed als niet. Zonder drank ben ik al vrij genoeg. Ik heb geen alcohol nodig om me vrolijk te voelen.

    Ik heb zeven jaar een café gehad. Daar noemden ze me “Mister Spa Rood”. Dat komt denk ik doordat ik op de LTS Consumptieve Techniek een leraar had die alcoholist was. ’s Ochtends schreef hij met een trillende hand op het bord. Dan liep hij naar het restaurant om een paar slokken jenever te nemen. Daarna kon hij zonder bibberen verder schrijven.

    Toen dacht ik: als ik in de horeca ga werken, gaat mij dat niet gebeuren.

    Ik ken mezelf inmiddels goed genoeg om te weten dat als ik ergens in doorsla, ik er ook écht in doorsla. Ik kan streng zijn voor mezelf. Die drang om mezelf te bewijzen heb ik zeker. Soms tot ergernis van anderen. En van mezelf.

    Ik weet nu ook dat die bewijsdrang het me niet altijd makkelijk heeft gemaakt. En de mensen om mij heen ook niet. Als je daarnaast koppig en eigenwijs bent, manoeuvreer je jezelf soms in lastige situaties.

    Het heeft me veel gebracht. Op plekken waar je normaal niet komt. Maar ik weet ook dat ik dingen heb gemist. En dat ik mensen soms verkeerd heb behandeld. Ik kon een enorme hork zijn. Als ik een doel had, ging ik van A naar B in een rechte lijn. En meestal haalde ik dat doel ook. Wat het ook kostte. Goed was nooit goed genoeg.

    Verliezen was geen optie. Winnen.

    Al was ik geen slechte verliezer, althans, dat vind ik zelf 😄

    Mijn kinderen heb ik dat overigens niet bijgebracht. Voor mij was meedoen belangrijker dan winnen. Al was ik fanatiek. Heel fanatiek.

    Waar komt dat vandaan?

    Ik ben de jongste van vijf. Een echte benjamin. En ik denk dat mijn vader dacht: wat er ook gebeurt, ik ga hem niet behandelen als de kleinste. Dat is hem gelukt.

    “Goed gedaan jongen” heb ik niet vaak gehoord. Het kon altijd beter. Er was altijd wel iets wat anders moest. Het was een harde opvoeding. Niet slecht — zeker niet. We gingen drie keer per jaar op vakantie. We hadden luxe thuis. Maar dat werd er ook altijd bij gezegd: dat hij daar hard voor werkte.

    Ik klaag niet. Maar of ik me echt gezien voelde als zoon? Toen niet.

    Later heb ik het er met hem over gehad. Zijn antwoord was eerlijk:

    “Ik heb toen gehandeld met de kennis die ik op dat moment had.”

    En: “Achteraf kan ik het verleden niet veranderen.”

    Hij had ook veel aan zijn fiets hangen: een zieke vrouw, een zieke moeder, een reorganisatie op zijn werk, problemen bij zijn vrijwilligerswerk. Dat kon ik begrijpen.

    De laatste jaren samen waren goed. Heel goed. Maar daar kom ik later nog op terug.

    Ik merk dat ik afdwaal. Maar context is niet verkeerd. En deze zelfreflectie zet me wel aan het denken. Waarom heb ik dingen altijd zo moeten doen? Wat heeft het me gebracht?

    Ik had er een mooi gesprek over met Carlo. We liepen door Málaga en gingen Rituals binnen. Een medewerkster vroeg of we thee wilden. Eerst zei ik nee, toen toch maar ja. Even later vroeg ze of ze me wat geuren mocht laten ruiken. Ik wimpelde het kort en bondig af.

    Achteraf zei Carlo: “Dit is nou zo’n voorbeeld hoe jij soms kunt zijn.”

    En hij had gelijk. Het kon horkerig overkomen.

    Wat schiet ik ermee op om zo te doen?

    Aan de andere kant: ik had ook geen zin om een half uur geurtjes te ruiken, haha. Maar er is vast een middenweg.

    Zo. Ik zie hoeveel tekst dit alweer is. Genoeg voor deze keer.

    De volgende keer ga ik verder over de donkere buien en het alcoholgebruik.

    Achteraf gezien was dit geen rustig vaarwater.

    Het waren de eerste barstjes.

    En ik besloot ze toen nog niet te zien.

    De volgende keer vertel ik je waarom.

    —

    De reis gaat verder.

    Niet alleen over de weg.

    Maar ook naar binnen.

  • #3 En toen verder

    Eerst even dit: ik ben inmiddels een week onderweg met mijn camper.

    Er diende zich plotseling een leuke passagier aan die nu al een week met mij meereist. Erg leuk en gezellig. We hebben mooie gesprekken en mijn verhaal komt zo nu en dan ook voorbij. Het is fijn om dit met iemand te bespreken die er met een ander perspectief naar kijkt.

    Er komen ook andere levensvragen boven tafel. Wat is de zin van het leven? Waarom doe ik de dingen die ik doe? Hoe kan het dat ik ze zo doe? En nog veel meer. Goed om daar eens bij stil te staan.

    Na een week reizen zijn we aangekomen in Murcia. En daar gebeurde iets wat ik niet helemaal had zien aankomen. We kwamen op een camperplek waar wij samen ooit ook hadden gestaan. Ik herkende de plek meteen. De indeling. Het uitzicht. Zelfs het bankje waar we toen hadden gezeten.

    En ineens was het er weer. Het gemis.

    Niet groot en meeslepend. Maar stil. Aanwezig.

    Even voelde ik het weer: het idee van samen. En hoe anders het nu is. Ik werd er verdrietig van. Niet lang. Maar wel echt. En dat gevoel mag er zijn. Ik dacht alleen: jammer dat het zo gelopen is.

    En toen ging het ook weer voorbij.

    Maar goed. Terug naar het verhaal.

    Na die nacht dat ik naar haar toe was gereden en we samen een fles prosecco hadden leeggedronken, zijn we gaan slapen. Nou ja… slapen. We waren niet intiem geweest, maar het was laat geworden en vroeg weer ochtend. Ik ging naar mijn kinderen, zij ging een dag op stap met haar zus.

    De dagen erna hadden we veel contact en zij kwam bij mij slapen. Mijn kinderen wisten nog van niets. Ze ging ’s ochtends weer vroeg weg. Maar kinderen zijn natuurlijk niet gek.

    “Van wie is die mini, pap, die hier stond?”

    Ja… toen moest ik het wel vertellen.

    Ik was weer verliefd.

    Vanaf dat moment waren we zo goed als onafscheidelijk. Of ik sliep bij haar, of zij bij mij. We zaten vaak samen aan tafel met een drankje, meestal als ze vrij was of een late dienst had gehad. En toen zag ik het al: ze kon goed drinken. Twee literflessen rosé? Daar draaide ze haar hand niet voor om.

    Maar verliefdheid maakt mild. Het was gezellig. We praatten uren. En voor we het wisten was het weer diep in de nacht.

    Inmiddels had ik ontslag genomen — of beter gezegd: we waren met wederzijds goedvinden uit elkaar gegaan. Ik wist nog niet wat ik wilde gaan doen, maar één ding wist ik zeker: ik wilde geen “baasje” meer zijn. Daar was ik klaar mee. Ik nam de tijd om tot mezelf te komen.

    De zomer ging snel voorbij en we hadden een vakantie gepland naar Italië. Omdat ik geen creditcard had, had ik alles geboekt met de creditcard van mijn vader: vlucht, huurauto en de B&B.

    Hup, het vliegtuig in. Op naar Pisa.

    Aangekomen in Pisa gingen we op zoek naar de huurauto. En je raadt het al… geen auto. Ik had de creditcard van mijn vader niet meegenomen. Zonder creditcard krijg je daar niets mee.

    Dus met de bus. Eerst naar de verkeerde halte. Daarna met koffers naar de juiste. Eenmaal uitgestapt bleek het nog een flink eind lopen naar de B&B.

    En hier gebeurde iets dat voor mij veelzeggend was.

    Ze had blaren op haar voeten. Maar geen moment gemopper. Geen verwijt. Geen zucht. Alleen: “Ach ja, kan gebeuren toch?”

    Ik was oprecht onder de indruk. Dat had ik nog niet eerder meegemaakt. Iemand die zo rustig bleef, zo relativerend. Ik dacht: dit is een blijvertje.

    Tijdens die vakantie leek alles te kloppen. We lagen op één lijn. Niets was te veel. In de laatste dagen besloten we zelfs om samen te gaan wonen in Echten, waar ik toen woonde.

    En zo gebeurde het.

    Na terugkomst regelden we alles snel. Zij kwam bij ons wonen — bij mij en mijn vier kinderen. En wat al snel bleek: de klik met mijn kinderen was er ook. Dat is nooit vanzelfsprekend, maar het voelde goed.

    Ik vond werk als accountmanager bij een IT-bedrijf. Dat beviel me goed. Alleen verantwoordelijk voor mezelf. Leuke collega’s. Financieel krabbelde ik weer op. Want die periode was zwaar. Met een WW-uitkering alimentatie betalen, een deel van de hypotheek blijven voldoen en zelf huur betalen… dan kom je onderaan de streep tekort.

    Ook toen klaagde ze niet. Ze gaf liever geld uit aan mijn kinderen dan aan zichzelf. Ze gaf niets om luxe of dure spullen. Was bijna net zo zuinig (sommigen noemen het gierig 😉) als ik.

    Voor haar gingen de kinderen voor.

    En opnieuw dacht ik: dit kan toch niet waar zijn? Dat ik zó’n partner heb.

    Ik leerde haar familie kennen. Ook daar was een klik. Alles leek bespreekbaar. Geen onderwerp te gek. Het voelde stevig. Veilig. Kloppend.

    En misschien was het dat ook.

    Of misschien keek ik vooral naar wat ik wilde zien.

    Maar daar kom ik later op terug.

    Tot zover voor deze keer.

    Dit is geen terugblik. Dit is een tussenstand.

    De reis gaat verder. In woorden. En in kilometers.

  • #2 In den beginne

    Nou, daar gaan we dan.

    Het eerste leuke diende zich al meteen aan. Een vriend zei: “Weet je wat, ik reis de eerste kilometers wel met je mee.”

    Leuk, zei ik. En zo waren we onderweg. Met de eerste kilometers. En de eerste woorden.

    Het is begin 2012. De scheiding met de moeder van mijn kinderen ligt achter me. Ik heb net weer een plek gevonden waar ik samen met de kinderen kan wonen. Ik heb ze om de week. Ik zit lekker in mijn vel. Leuke baan, ik leer veel en heb plezier in het leven. De kinderen vragen veel aandacht, maar dat vind ik niet erg.

    Ik ontmoet een leuke vrouw met wie ik een fijne klik heb. Ze woont niet echt in de buurt, maar dat zie ik niet als een probleem. Alles loopt eigenlijk op rolletjes. We gaan samen op vakantie en daar kom ik er, eerlijk gezegd, achter dat het toch niet werkt. En dan kom ik erachter dat het toch niet werkt; voornamelijk toch vanwege de afstand..

    Moet ik er wel bij zeggen: op seksueel gebied was het een feest. Dat had ik nog nooit meegemaakt. Het was een hele lieve vrouw, misschien voor mij wel té lief. We besloten er een punt achter te zetten.

    Na een paar maanden denk ik: kom, laat ik me eens inschrijven op Lexa.

    Nou, ik weet niet wie er allemaal ooit op datingsites heeft gezeten, maar wat een vleeskeuring. En ik dacht altijd dat mannen degene waren met seksgetinte opmerkingen. Uit eigen ervaring kan ik vertellen: vrouwen kunnen er net zo goed wat van.

    Ik kreeg de meest rare berichten.

    “Zullen we meteen in een hotel afspreken?”

    “Ik ben wel getrouwd, maar heb zin.”

    Ik wist niet wat ik las. Maar misschien ben ik gewoon preuts of ouderwets.

    maar ik heb een klein hartje.. 

    De volgende wilde afspreken in een swingersclub. Echt… waar was ik beland?

    Voor de duidelijkheid: ik ben nergens op ingegaan. Niet mijn stijl.

    Maar toen kwam er ineens een foto voorbij. Een mooie, karakteristieke kop. Die trok meteen mijn aandacht. Dus hup, een berichtje gestuurd. En warempel: ik kreeg een berichtje terug. We raakten aan de praat. Eerst wat koetjes en kalfjes, daarna wat meer de diepte in.

    Bleek dat ze de helft van mijn familie al kende.

    “Is jouw broer misschien die?”

    “En die andere broer dan?”

    Toeval bestaat niet, zou je denken. Maar toch.

    Na een tijdje appen via Lexa — want goedkoop zijn die datingsites ook niet — zijn we verder gegaan op WhatsApp. Schoorvoetend stelde ik voor om samen een kop koffie te drinken. Ik zie er misschien uit als een held met mijn twee meter lengte en toen ruim honderd kilo schoon aan de haak, maar van binnen heb ik een vrij klein hartje.

    Ze zei ja. Opluchting.

    Ik ging bij haar thuis op de koffie. Best dapper van haar, want je weet maar nooit wat je in huis haalt. Maar goed: koffie gedronken, leuke avond gehad. Er was een klik.

    We bleven appen en spraken af om samen een dagje op pad te gaan. Ik nam haar mee naar Bergen aan Zee. Lekker over het strand wandelen.

    Ik moet er nu nog om lachen: we zijn volgens mij bij elk tankstation gestopt omdat ze moest plassen. Ik dacht serieus even dat ze zwanger was — uit ervaring wist ik dat dat zo kon gaan.

    We waren allebei wat onwennig. Zoeken geen toenadering. Het voelde zelfs een beetje afstandelijk. Maar toch: die klik bleef.

    Bij een volgende afspraak zette zij de eerste stap. Want heldhaftig was ik nog steeds niet. En echt ervaren ook niet. Ik had een relatie van bijna dertig jaar achter de rug en daarna een rebound die ook het initiatief nam.

    Ze pakte me vast en gaf me een zoen op mijn mond. Redelijk beduusd reed ik naar huis. Die nacht heb ik er goed over nagedacht.

    Zij was namelijk een stuk jonger dan ik. En in mijn hoofd ging het al los: trouwen, kinderen, huisje-boompje-beestje. En daar was ik op dat moment totaal niet aan toe.

    Dus zo dapper als ik was, stuurde ik haar een appje dat het voor mij stopte. En ja… ik schaam me nog steeds dat ik dat toen zo heb gedaan. Dat kan eigenlijk niet. Weet ook niet eens meer wat haar reactie was.

    Dus weer alleen verder.

    In die periode zat ik ook niet lekker in mijn vel. Het was eind 2012, begin 2013. Mijn werk gaf me geen energie meer. Ik begon er met mijn pet naar te gooien. Ik heb met mijn directeur gesproken en samen besloten we er een punt achter te zetten.

    En toen kwam het besef. Ik had bijna dertig jaar keihard gewerkt. Met snot voor mijn ogen soms. Vier kleine kinderen. Daarnaast nog naar school, want ik had ambitie en wilde doorgroeien — en daarvoor had je toch echt een hbo-diploma nodig. Altijd druk. Altijd aan.

    Achteraf denk ik dat mijn lijf toen zei: nu is het genoeg.

    Ik heb een paar weken onder de dekens gelegen en mezelf heel zielig gevonden. Maar tussendoor begon ik alweer met daten.

    En toen gebeurde het: ik had me opnieuw ingeschreven op Lexa, en midden in de nacht kreeg ik een berichtje van HAAR: “Hoi.”

    We raakten weer in gesprek. En nog diezelfde nacht ben ik — in mijn huispak, met een fles prosecco — naar haar toe gereden.

    Dit is geen terugblik. Dit is een tussenstand.

    De reis gaat verder. In woorden. En in kilometers.

  • #1

    #1 Inleiding – Aanleiding

    Tja. Hoe begin je aan zo’n verhaal?

    Je kunt er lang over nadenken, maar uiteindelijk begin je gewoon. Vingers op het toetsenbord. Kijken wat er komt.

    Ik schrijf deze blog vanuit mijn eigen perspectief. Zonder namen, zonder details die er niet toe doen. Dit is geen afrekening met mijn ex-partner. Ik kan het haar niet kwalijk nemen. Ze was ziek.

    Haar omgeving was dat niet. En ik kan me niet voorstellen dat dit voor haar de gewenste uitkomst was.

    Eerlijk? In het begin miste ik mijn maatje vreselijk. Stockholmsyndroom?

    Nee, inmiddels weet ik het beter. Wat ik miste was niet haar, maar de vrouw die ik dacht dat ze was. Het idee van samen. Van vertrouwen, waarvan ik dacht dat het er was. Van door dik en dun. Dat blijkt achteraf soms iets anders te zijn dan ik dacht dat het was.

    Ik mis ook het leven dat ik dacht te hebben. Want als je ineens met een koffer kleren en een handvol euro’s op straat staat, dan is dat even schakelen. Op dat moment dacht ik: dit is de bodem. Bleek niet zo te zijn. Er bleek altijd nog een kelder onder te zitten. Met trap en die nog dieper.

    Normaal ben ik vrij positief ingesteld. Mijn glas is meestal halfvol en ik raak niet snel van mijn stuk. Maar dit kreeg me stil.

    Hoewel ik er zelf een punt achter heb gezet, liep de situatie volledig uit de hand. Dat kon ik niet langer aanzien. En dat laat sporen na, ook als je denkt dat je daar wel tegen kunt.

    Ik moet ook eerlijk zijn: mijn eigen tekortkomingen en fouten hebben hier een rol in gespeeld. Maar op een gegeven moment heb ik voor mezelf gekozen. Om niet langer gevangen te zijn.

    Ik heb mijn verlies genomen en het convenant getekend.

    Wat ik daarbij ben kwijtgeraakt is geld en spullen. Meer niet. Daar zit geen geluk in. Dat zit in mijzelf. En dat ga ik er dit jaar weer helemaal uithalen. Dat gevoel was ik namelijk even kwijt.

    Hoe dat precies zo is gelopen, leg ik later nog uit. Het is in ieder geval geen standaardverhaal. Mijn advocaat — die dit werk al 32 jaar doet — gaf aan dit nog nooit te hebben meegemaakt. Dat is geen prestatie waar je op mikt, maar goed.

    En hoe pijnlijk het soms ook voelt: in geld en spullen zit geen geluk. Dat zit in rust. In vrijheid. En — vervelend cliché — in jezelf. Dat ben ik langzaam weer aan het terugvinden.

    Na het tekenen van het convenant viel er overigens niets van me af. Geen opluchting, geen bevrijdend moment. Je zet een handtekening en daarna… ga je verder. Zo werkt het blijkbaar.

    Met deze inleiding begint deze reis. Letterlijk, met mijn camper. En figuurlijk, in woorden. Dat klinkt misschien wat zweverig, en dat is normaal niet echt mijn stijl. Maar ik doe een poging.

    Ik schrijf over de afgelopen vijftien jaar. Soms scherp, soms rauw, soms verdrietig. Af en toe boos. Maar ook met relativering, sarcasme en humor. Want als je niet meer kunt lachen, wordt het wel erg serieus. Want het was uiteindelijk maar een ” scheiding “

    Dit is geen terugblik. Dit is een tussenstand.

    De reis gaat verder. In woorden. En in kilometers.

    Wordt weer vervolgd 

    Heb je vragen of opmerkingen? Mail mij gerust. 

  • “ Mijn leven met een partner met een verslaving“

    Soms dwingt het leven je om stil te staan, ook als je liever door wilt.

    Het afgelopen jaar was zo’n periode voor mij. Roerig, intens en confronterend. Een jaar waarin ik afscheid nam, keuzes moest maken en uiteindelijk ruimte vond om af te ronden. Dat hoofdstuk is nu gesloten. En dat geeft rust.

    (meer…)
  • Hallo wereld!

    Welkom op mijn blog. Hier hou ik je op de hoogte van mijn reizen en mijn verhaal.