Soms dwingt het leven je om stil te staan, ook als je liever door wilt.
Het afgelopen jaar was zo’n periode voor mij. Roerig, intens en confronterend. Een jaar waarin ik afscheid nam, keuzes moest maken en uiteindelijk ruimte vond om af te ronden. Dat hoofdstuk is nu gesloten. En dat geeft rust.
Ik sta inmiddels weer in Hoogeveen. Tijdens het laatste deel van mijn reis heb ik veel nagedacht over alles wat me is overkomen, maar ook over wat die reis met me gedaan heeft. Het heeft me tot het besef gebracht dat alles wat gebeurd is onderdeel van mijn verleden zal blijven. Veranderen kan ik het niet meer.
Zou ik het anders gedaan hebben? Ik denk het niet. Ik ben nu eenmaal wie ik ben. Aan de buitenkant lijk ik misschien een afstandelijke en keiharde man, maar van binnen ben ik een zachtaardige, zorgzame en naïeve man, met zijn kuren en zijn eigen manier van in het leven staan en naar het leven kijken. Ja, dat sluit niet altijd aan bij de mainstream, maar daar heb ik vrede mee. Ik neem deze ervaring mee en denk dat ik er veel van geleerd heb.
Het opschrijven van dit verhaal heeft me geholpen. Ik heb alles teruggelezen en soms springen de tranen me nog in de ogen. Maar ik weet waar ik vandaan kom en ik heb altijd geprobeerd te zijn wie ik wilde zijn. Vooral tijdens mijn reis heb ik veel over mezelf geleerd. In het vervolg ga ik dingen zeker anders aanpakken. Het heeft namelijk geen zin om altijd maar te zeggen wat je ergens van vindt, ook al zit dat in mijn karakter, haha.
Dit is mijn laatste blog over de afgelopen jaren. Ik heb geprobeerd het op te schrijven vanuit mijn eigen perspectief, zonder te veel details te delen. Want zoals ik al eerder heb gezegd: dit is geen rancune of wrok, maar gewoon het van me afschrijven.
De kogel was door de kerk. Ik had opgegeven. En dat kon ik van mezelf bijna niet verdragen, want ik ben geen opgever. De eerste dagen zat ik alleen thuis met mijn ziel onder mijn arm. Mijn hart was gebroken en ik zat vol verdriet, want je wilt niet dat het zo eindigt. Ik heb nog nooit zoveel gehuild in mijn leven. Hoeveel kan een mens huilen? De tranen bleven maar komen.
De eerste periode hadden we nog contact. Niet omdat ik dat wilde overigens, maar er zat toch nog een deel in mij dat haar er niet alleen mee wilde laten zitten. Dus ik luisterde er maar naar. Ze was weer eens kwijt en ik werd gebeld met de vraag of ik wist waar ze was. Natuurlijk had ik geen idee. Dus ik maar bellen. En ja hoor, ze nam op: “Hé ouwe man”, gevolgd door nog wat dronkemanspraat. Gelukkig vertelde ze waar ze was, dus dat kon ik doorgeven.
Ik vond het op dat moment hartverscheurend. Ik kon niks doen en diep van binnen wist ik ook dat ik niks meer móést doen. Ik moest loslaten. Die fout had ik al eens eerder gemaakt. En ik weet: zachte heelmeesters maken stinkende wonden.
Zoals ik ben, heb ik toen maar meteen doorgepakt. Pragmatisch. Ik schiet dan gelijk in de doe-modus, dus ik maakte meteen een mail met daarin, globaal gezien, hoe we uit elkaar moesten gaan. Ik vond ook dat mijn inbreng groter was geweest en wilde daar compensatie voor. Voor de rest mocht van mij alles door de helft.
Maar op een gegeven moment ging het over details, en dat is echt mijn ding niet. Het leek erop dat we eruit zouden komen, totdat het opeens weer “ja, dat is van mij” werd. Dat trek ik slecht. Vervolgens kwam er een half juridisch opgestelde mail als reactie op mijn e-mail, en daar was ik aardig van overstuur van.
We maakten de afspraak om samen met haar zus om tafel te gaan om alles te bespreken en er een streep onder te zetten.
Ik ging boodschappen doen, want ja, het leven gaat gewoon door natuurlijk. Daar kwam ik een vriendin van haar tegen met wie ze al een tijdje geen contact meer had. Ik had haar eerder al eens gevraagd waarom ze elkaar niet meer zagen, maar daar kreeg ik een vaag antwoord op. Prima, dacht ik toen.
Ze keek een beetje schutterig naar me, alsof ze me liever niet wilde zien. Toch liep ik naar haar toe. “Jammer dat jullie elkaar niet meer zien,” zei ik.
Toen vertelde ze hoe het zat. Zij had er alles aan gedaan, maar kreeg geen enkele reactie meer terug. Daarna had ze nog een bericht gestuurd dat ze haar altijd mocht bellen, maar ook daar kwam nooit reactie op. Toen vroeg ze: “Hoe is het eigenlijk met jullie?”
Ik zei: “We zijn uit elkaar. En je weet vast wel waarom.”
Want als zij samen afspraken hadden, ging het er meestal serieus aan toe. Ik dacht in eerste instantie dat dat de reden was waarom ze niet meer kwam.
“Oh,” zei ze toen, “is ze er toch vandoor gegaan met die man uit Eelde?”
“Wat?” zei ik vol ongeloof.Ik luisterde nog een keer naar wat ze zei en zakte figuurlijk door de grond. Ik wist niet wat ik moest zeggen.
Thuis aangekomen was ik woedend. Of het verhaal waar was of niet, interesseerde me op dat moment niet meer. In mijn boosheid stuurde ik een berichtje: “Je had dus meer geheimen voor mij.”
Ze wilde het uitleggen, maar daar had ik totaal geen behoefte aan. Aan overleg ook niet meer. We handelen het wel via de mail af, dacht ik. Maar dat is helaas niet gelukt.
De laatste mail was een ultimatum van haar kant. Nou, dan moet je bij mij zijn, haha. Ik laat me niet zomaar vertellen wat ik wel of niet moet doen, zeker niet als ik het gevoel heb dat me onrecht wordt aangedaan. Dus dat ultimatum heb ik genegeerd.
Ik stuurde een pittige reactie terug. Achteraf gezien niet handig. In die mail zette ik namelijk uitgebreid uiteen hoe het allemaal zou gaan lopen en welke argumenten ik zou gebruiken om mijn gelijk te halen. Niet slim, maar als je zo emotioneel geraakt bent en zoveel onrecht voelt, maak je soms verkeerde keuzes. Achteraf gezien een hele dure keuze.
De volgende dag probeerde ik nog te bellen. Geen gehoor. Daarna bleef het stil. Helemaal stil, geen contact meer. Ook al onze gezamenlijke vrienden en mijn familie heeft ze tot op de dag van vandaag geen contact meer mee gehad, zelf niet met mijn kinderen, en ze was toch 13 jaar onderdeel geweest van ons gezin. Zelfs niet toen ik opa werd kwam er geen reactie naar hun toe.. Verbazingwekkend vond ik dat toen.
Dus ging ik maar naar een advocaat. Die zei: “We proberen eerst te mediëren.” Dus dat mailde ik naar haar met de vraag of we dat traject samen konden aangaan. Geen reactie.
Tijdens het tweede gesprek met mijn advocaat was ik echt helemaal van de kaart. Ze zei: “Tja meneer Nieland, dat heeft u niet zo goed geregeld. Huwelijksvoorwaarden, huis op haar naam, het geld op haar rekening… ik zeg het u eerlijk: u heeft geen poot om op te staan. Alles is van haar.”
En dat klopte. Dat hadden we ooit gedaan uit bescherming vanwege mijn verleden. Maar ze had altijd gezegd: “Dat zal ik je nooit aandoen.”
Gebroken ging ik naar huis. Ik stuurde nog een mail — ook niet handig als je er helemaal doorheen zit, maar achteraf weet je altijd precies hoe het had gemoeten. De strekking was: houd alles maar, ik kan prima voor mezelf zorgen. Hoop dat je er gelukkig mee wordt.
Toen kwam de eerste reactie van haar advocaat. Daarin stond dat inderdaad alles van haar was en dat mijn mail dat alleen maar bevestigde. Uit coulance wilden ze alimentatie en alles daaromheen afkopen voor een lullig bedrag. Daarbij moest ik het huis zo snel mogelijk verlaten én de helft van de kosten van haar advocaat betalen.
Daar heb ik eens goed over nagedacht.
Mijn advocaat zei vervolgens: “Om verder gezeur te voorkomen kun je er beter uit gaan. Dan laat je in ieder geval zien dat je van goede wil bent.”
Dus ik ging opruimen. Ook de inboedel moest ik laten staan, want die was volgens hen ook van haar. Alles was van haar: de camper, de auto, het geld.
Ik heb er nog keurig voor gezorgd dat het huis verkoopklaar was. Ik stond de makelaar te woord, regelde het energielabel — kortom, alles om het huis goed te kunnen verkopen. En daarna het huis verlaten. Daar stond ik met een koffer met kleren en verder niks.
Tijdens het opruimen van de mail op de laptop kwam ik een mail tegen aan onze notaris, met vragen over de huwelijksvoorwaarden. Die mail was nota bene verstuurd terwijl wij op reis waren. Even later vond ik ook nog een inschrijving bij de woningbouwvereniging.
Toen ontplofte ik bijna.
Het begon er steeds meer op te lijken dat alles met voorbedachte rade al langer gepland was. En toen ik daar eenmaal over had nagedacht, dacht ik: ik laat me niet als een mak lammetje naar de slachtbank leiden.
Dus ik ging de strijd vol aan.
Ik dook de hele administratie in, zocht alles uit en controleerde elke cent. Toen schrok ik pas echt hoeveel geld er naar haar rekening was gegaan en hoeveel ik allemaal had betaald. Maar ja, als je zeven jaar lang door blijft akkeren, loopt dat flink op.
Na bijna twee weken had ik alles uitgezocht en aangeleverd bij mijn advocaat.
Geen reactie.
Mijn advocaat ging er opnieuw achteraan. Weer geen reactie. Toen stuurde ze een dreigende mail dat we naar de rechter zouden stappen. Pas toen kwam er een reactie: ze was een paar weken naar het buitenland en kon daardoor niet reageren.
Dus wachtten we maar weer af.
Inmiddels had ik uitgezocht dat er zeker nog zaken tussen zaten die van mij waren, en daar wilde ik duidelijkheid over.Na opnieuw vragen van mijn advocaat kwam er eindelijk een reactie. Kort gezegd: ik kon doodvallen. Haar advocaat werd persoonlijk en verkondigde onjuistheden.
Dus besloten we de gang naar de rechter te maken en beslag te laten leggen op spullen waarvan ik vond dat ze van mij waren.
Via via kreeg ik vervolgens te horen dat de camper op Marktplaats stond. Mijn advocaat meteen in de pen. Hun reactie: “Hoe komt u erbij dat deze op Marktplaats staat?”
Nou, omdat wij letterlijk een advertentie hadden gevonden.
Maar nee hoor, volgens hen stond hij er niet op. Zelfs met foto’s bleven ze dat ontkennen. Waanzinnig, dan voel je je wel erg dom.
Daarna volgde opnieuw een reactie waarin ik persoonlijk werd aangevallen. Erg ongepast en wat ons betreft ook onprofessioneel. Hun tactiek leek erop gericht om me gewoon uit te roken totdat ik het zou opgeven.
Na al dat heen-en-weergesoebat vroeg mijn advocaat: “Als je nu iets zou moeten noemen om er helemaal vanaf te zijn, wat zou dat dan zijn?”
Ik zei: “Niks. Ik wil mijn gelijk en mijn recht halen.”
Ik was zó woest, boos en tegelijkertijd enorm verdrietig dat het op deze manier moest gaan. Ik had nooit verwacht dat zij dit zo zou doen.
Ik heb het al eens eerder gezegd: achteraf weet ik ook niet of ik het haar volledig kwalijk kan nemen. Ze was ziek en liet zich denk ik leiden door haar omgeving.
Maar ik bleef zeggen: “Ga maar naar de rechter.”
Mijn advocaat bleef herhalen: “Gelijk hebben is niet hetzelfde als gelijk krijgen. En in zo’n traject haal je alle wonden weer volledig open. Bovendien weet je nooit hoe een rechter hiernaar kijkt.”
Ze zei zelfs: “Robert, denk er alsjeblieft nog eens goed over na. Je moet jezelf dit niet aan willen doen.”
Inmiddels was ik door het verdriet en de hele situatie emotioneel compleet ingestort. Ik was enorm afgevallen, liep bij een psycholoog en kreeg medicijnen om te slapen en een beetje rustig te blijven. Ik liep regelmatig bij de huisarts en de praktijkondersteuner. Ik dacht: ik moet dit niet allemaal opkroppen.
Daarnaast probeerde ik toch structuur te houden. Op tijd naar bed, gezond eten, niet drinken en veel sporten en wandelen.
Tijdens die wandelingen heb ik eerlijk gezegd de vreselijkste dingen bedacht. Het voelde allemaal zó onrechtvaardig. Mijn spullen, mijn geld, mijn erfenis, ons huis… zomaar weg. Want het huis was inmiddels verkocht en de overwaarde was serieus.
Maar mijn advocaat bleef me waarschuwen.
Toen kwam er vanuit de andere kant de vraag wat ervoor nodig was om een rechtszaak te voorkomen. Mijn advocaat was inmiddels al bezig met de procedure en nadat zij om verhinderdata hadden gevraagd, kwam ineens die vraag.
Blijkbaar begrepen ze inmiddels dat ik het niet zomaar zou laten lopen.
Na veel gesprekken met mensen om me heen en een paar lange wandelingen besloot ik uiteindelijk toch dat ik er gewoon vanaf wilde zijn.
We deden een voorstel met een ultimatum.
En je raadt het al: geen reactie.
Dus stuurden we alles alsnog naar de rechtbank. En geloof het of niet, toen kwam ineens het telefoontje dat ze akkoord gingen.
Mijn eerste reactie was: jammer dan, te laat. Maar mijn advocaat dacht daar anders over. “Denk er toch nog eens goed over na,” zei ze. Na lang nadenken wilde ik uiteindelijk toch akkoord gaan, maar er moesten nog een paar dingen aangepast worden.
En weer kwam er geen reactie.
Pas na herhaaldelijke pogingen van mijn advocaat kwam eindelijk het bericht dat ze akkoord gingen. Een van de voorwaarden was dat haar advocaat het convenant zou opstellen. En je voelt hem waarschijnlijk al aankomen: dat duurde… en duurde… en duurde.
Geen reactie op de vraag wanneer het convenant zou komen.
Na twee maanden zei ik: “Klaar ermee. Stap maar naar de rechter.”
Toen kwam er ineens wél een antwoord dat ze ermee aan de slag zou gaan.
Het was inmiddels december geworden. Ik had gezegd: als het voor kerst rond is, dan ga ik akkoord.
Uiteindelijk duurde het alsnog tot half februari.
Ik vond het ongelofelijk hoe ze met alles omgingen. Toen kon het ineens allemaal met kokend en stomend water geregeld worden. Ik kon de volgende dag bij haar advocaat tekenen.
Naast het feit dat haar advocaat regelmatig simpelweg mailtjes met reacties van haar doorstuurde, waren ze ook nog vergeten haar alle pagina’s te laten paraferen. Ongelooflijk toch.
De tegenpartij zou ook de verdere afhandeling bij de rechtbank verzorgen. Maar ook dat duurde eindeloos, totdat ik opnieuw zei: “En nu is het klaar.”
Het laatste stukje lag uiteindelijk aan mijzelf. Omdat alles zo lang duurde, was ik alweer op reis gegaan terwijl ik nog iets moest tekenen. Dat lukte dus niet meer.
Maar blijkbaar geldt dat als je zes weken lang geen verweer indient, alles automatisch geregistreerd wordt. Die termijn is inmiddels voorbij, dus ik ga ervan uit dat we nu definitief van elkaar verlost zijn.
Mijn advocaat heeft zich ook vreselijk geërgerd aan de tegenpartij. Altijd wachten op reacties, halve antwoorden of helemaal niks.
Ze zei eerlijk: “Dit werk doe ik al heel lang, maar dit heb ik nog nooit zo meegemaakt.”
En ik denk dat dat de lading wel dekt.
Nu is er nog wat gedoe over de financiële afhandeling van belastingen en toeslagen. Op wat mijn advocaat stuurt, krijgen we nauwelijks reactie. En als er al een reactie komt, beantwoorden ze maar de helft van de vragen.
Maar inmiddels ben ik zover dat ik denk: het zal wel.
Ik wens je geluk met die laatste paar euro’s. Ik hoop dat je gelukkig wordt van al die spullen en dat geld. Zelf kan ik me dat niet voorstellen. Ik kan geen geluk halen uit spullen of geld van een ander.
Maar goed, wie ben ik.
Ik laat het daarom maar voor wat het is. Ik wil me er niet meer aan ergeren. Ik heb er inmiddels genoeg verdriet van gehad en het verleden kan ik toch niet meer veranderen.
Negatieve energie wil ik niet meer. En ik heb er ook geen behoefte meer aan om er steeds opnieuw aan herinnerd te worden.
Ik pak mijn eigen leven weer op.
En wat ze uiteindelijk nog overmaakt? Dat stort ik wel naar het Leger des Heils.
Het reizen heeft me rust gebracht en ik sta weer met beide benen op de grond. Op naar de toekomst, want die zie ik weer met mooie dingen tegemoet.
Je moet er zelf een feestje van maken, elke dag opnieuw. En de slingers ophangen doe ik dan ook. Want dat is mijn grondhouding: een dag niet gelachen, is een dag niet geleefd.
Mijn glas was even helemaal leeg, maar inmiddels is het weer halfvol.
Ik wil deze blog afsluiten met twee dingen.
Allereerst wil ik iedereen bedanken voor alle mooie, lieve en steunende berichten. Door mezelf kwetsbaar op te stellen heb ik geleerd dat mensen dan echt bereid zijn om je te helpen. Collega’s en kennissen uit het verleden namen contact met me op en dat heeft me ontzettend goed gedaan.
En aan jou wil ik nog één ding zeggen.
Bedankt voor de mooie momenten die we samen hebben gehad. Bedankt dat je mijn maatje was. Want ondanks alles zijn die momenten er zeker geweest. En deze neem ik als mooie herinnering mee.
Ik hoop oprecht dat je je problemen onder controle krijgt en dat je uiteindelijk kunt leven met alles wat jou vroeger is aangedaan. Niemand verdient wat jij hebt meegemaakt.
Voor wat jij mij hebt aangedaan vergeef ik je. Ik kan het je uiteindelijk niet eens volledig kwalijk nemen. Ik kan mezelf alleen verwijten dat ik dingen niet anders heb aangepakt.
Het ga je goed.
Einde
Het leven gaat verder. Met een lach en met een traan.
Ik heb inmiddels alweer flink wat kilometers gemaakt. En ik merk dat ik steeds meer loskom van alles. Mijn hoofd gaat alweer vooruit: wat ga ik doen als ik straks terug ben? Een leuke baan zoeken, of toch iets voor mezelf beginnen? Die gedachten geven me energie. Gewoon weer meedoen in het dagelijks leven.
Ik ben al even bezig met de terugreis. Een paar dagen geleden stond ik in Reims. Ik was naar de stad gefietst om wat te eten, maar moest lopend terug. Sleutel van het fietsslot lag nog in de camper. Dus daar liep ik, rond half elf ’s avonds. Verderop zag ik twee vrouwen. Het leek alsof ze met elkaar aan het worstelen waren. Eén lag op de grond, de ander probeerde haar overeind te trekken. Toen ik dichterbij kwam, zag ik wat er echt aan de hand was. De één was compleet dronken, de ander probeerde haar mee te krijgen. Dat lukte niet.
Ik vroeg of ik kon helpen, maar dat hoefde niet. Ik liep door. En ineens besefte ik hoe vaak ik dit soort situaties heb meegemaakt. Dat kwam hard binnen. Eenmaal terug bij de camper zette ik een kop thee en heb ik daar gewoon even zitten huilen. Blijkbaar zit het dieper dan ik dacht.
Een paar dagen verder, wat kilometers erbij en tijd om na te denken… dat deed me goed.
Maar terug naar het verhaal.
We waren bijna klaar met alles. Na weken opruimen en ontspullen. Ongelooflijk hoeveel je bewaart. Omdat we ons huis voor een jaar verhuurden, moest alles leeg. Wat in de camper paste, ging mee. De rest weg. En net als nu besef je: je hebt helemaal niet zoveel nodig. De helft van mijn kleding heb ik niet eens gedragen. Je grijpt toch steeds naar wat lekker zit. En ik heb niets gemist.
Daarna gingen we naar Zell am See – Kaprun. Met z’n allen op wintersport. Een mooie plek om afscheid te nemen voor een tijd. Het was een fijne week samen. Maar eigenlijk begon de reis daarna pas echt.
We reden door naar Spanje, het mooie weer achterna. De reis ging soepel, op een kapotte koelkast na. Die deed het alleen nog op 220 volt.
Van tevoren hadden we afgesproken: dit is geen vakantie, maar een reis. Dus doordeweeks geen alcohol. Want zon, korte broek en buiten zitten betekent voor ons al snel een drankje. En in Spanje is het elke dag mooi weer.
Maar die afspraak hield helaas geen stand.
Om de paar dagen boodschappen doen en er lag weer limoncello en bubbels in de kar. Ik zei er wat van. “We hebben nog genoeg.” Maar er kwam altijd wel iets bij. Ik bleef herhalen dat we doordeweeks niet zouden drinken, maar het kwam niet aan.
Ik zag de voorraad sneller verdwijnen. Zei er iets van. “Valt wel mee.” Ik vond van niet.
Zelf dronk ik ook wel eens een biertje, zeker na een reisdag. Maar het werd een patroon waar ik me niet prettig bij voelde. We kregen er ruzie over.
We deden ondertussen ook mooie dingen. Lieten de grote steden links liggen en kozen voor kleine dorpjes. Dat voelde beter. Gemoedelijker. We besloten ook al snel dat emigreren naar Spanje niks voor ons was. Ons leven thuis was ons te dierbaar.
We gingen terug naar Nederland, omdat ze tante werd. Dat wilde ze niet missen. Begrijpelijk. En toch wringde er iets.
Na een paar weken vertrokken we weer, de andere kant op. Die reis verraste me. Vooral Bosnië—prachtige natuur, vriendelijke mensen.
In Kroatië ging het weer mis. Eten bleef niet binnen, maar drinken wel. Ik had het op dat moment al een beetje losgelaten. Ik was de zeur, dus hield ik me stil. De energie om ertegenin te gaan was er niet meer.
Met mijn zus reisden we een stuk door Italië. Heerlijk. Maar ook daar begon het anderen op te vallen. Geen echt gesprek meer mogelijk. Altijd op haar telefoon aan het kijken. Na een paar weken namen we afscheid. Wij gingen verder, maar de afstand tussen ons werd steeds groter. Ook fysiek. Intimiteit was er al een tijd niet meer. En dat gaat knagen.
Op de terugweg naar boven werd de drang om naar huis te gaan steeds sterker. Eerst dacht ik aan heimwee. Tot het moment dat ze per se naar de Ardennen wilde, waar haar vader was. Prima, dacht ik. Contact is belangrijk.
Dat werd onze laatste stop.
Eenmaal thuis begon het gewone leven weer. En dat viel me zwaar. Ik kon mijn draai niet vinden. Thuis ging het snel weer bergafwaarts. Het drinken nam toe. We leefden langs elkaar heen. Meer als broer en zus, intiem waren we al lang niet meer. We hebben hier ook regelmatig over gesproken. Ik dan vooral, zij haalde haar schouders op.
Ik probeerde alles. Goed eten, smoothies, structuur. Wandelen, sporten. Alles om het patroon te doorbreken.
Even leek het te werken.
Tot de wintersport.
We hadden nog getwijfeld: moeten we dit wel doen? Maar we gingen. En daar ging het weer volledig mis. Zo erg dat ik de hele terugreis bijna niets heb gezegd.
Thuis heb ik aangegeven dat dit niet langer zo kon. Ik had tijd nodig. Ze ging naar haar ouders, maar die bleken op vakantie. Geen toezicht. Dat merkte ik snel genoeg. Appjes waren niet te ontcijferen en toen ik belde kwam er geen fatsoenlijk woord meer uit. Dus ik gelijk heen gereden om haar maar weer op te halen. Ze was compleet van de wereld.
Dat was voor mij de grens.
Ik heb gezegd: dit is de laatste keer. Maar diep van binnen wist ik al dat het niet genoeg was.
We schakelden hulp in. Huisarts, interventie coach., die kwam via haar zus. Mijn voorstel voor een kliniek werd afgewezen. Het moest geheim blijven. Blijkbaar wisten ze nog niet hoe serieus het probleem was. Ook de interventie coach niet die ging er na mijn beleving veel te lichtzinnig mee om. Ik werd overigens overal buiten gehouden, vond ik ook raar maar goed wie ben ik. Maar er gebeurde tenminste wat, en even leek het beter te gaan.
Tot die ene middag.
Ze kwam thuis en zette de auto half op het fietspad. Dat was het moment dat alles kantelde. De volgende dag heb ik gezegd dat ik weg zou gaan. Even met de camper op pad. Nee zei ze ik ga wel naar vrienden.
De volgende ochtend belde ze: of ik haar kon ophalen. Ze lag laveloos in de kamer.
Thuisgekomen heb ik haar zus gebeld. Dit was mijn grens. Ik kon niet meer.Ik heb haar spullen gepakt, haar meegegeven en daar stond ik dan. Woest. Machteloos.
Nadat het daar ook weer vreselijk mis was gegaan, ze was kwijt. Auto ergens anders en ze werd een paar straten verderop gevonden met de deuren op, lege flessen op de stoel. Toen heb ik voor mij zelf de knoop doorgehakt. Ik ben naar haar toe gegaan en heb gezegd dat ik wilde scheiden. Haar reactie verwonderde mij “ oké “ . Niks van het spijt me, sorry niks.
Ik kon dit niet meer dragen.
Achteraf zie ik dat de structuur van de reis misschien nog houvast gaf. Een soort controle. Thuis viel dat weg en ging het sneller bergafwaarts.
Het weekend voordat ze vertrok heb ik haar bankafschriften gezien. Bedragen van een paar euro, 3,99 of 7,98 eindeloos herhaald. Toen viel het kwartje pas echt. Het was nog erger dan ik dacht.
Dat ik dit gemist had… dat voelde pijnlijk, hartverscheurend. Kwaad op mij zelf. Dat ik dit niet niet het kunnen redden. Het gevoel van vroeger kwam weer naar boven. Het is nooit goed genoeg. Maar wat had ik in vredesnaam meer kunnen doen?
Genoeg voor nu, de volgende het laatste deel van mijn reis.
De reis is bijna klaar.
En ergens weet ik nu:
ik was al veel langer onderweg dan alleen die kilometers.
Inmiddels ben ik al heel wat steden en dorpjes voorbijgekomen. Ik dacht: laat ik ook maar weer eens wat gaan schrijven. Maar na de vorige blog zaten de emoties er nog wel even in. Ik heb ook weer veel reacties gehad, vaak uit onverwachte hoek. Dat is dus wat er gebeurt als je je kwetsbaar opstelt.
En het volgende hoofdstuk is ook niet bepaald licht. Ik heb er al een paar keer over nagedacht hoe ik dit moest opschrijven, want 2023 was opnieuw een jaar van keuzes.
Nu sta ik in Blanes. Net de was gedaan. Het beddengoed is nog van toen. Misschien moet ik maar eens nieuwe kopen dan is dat ook opgelost.
Nou, daar gaan we dan.
Mijn vader verhuisde definitief naar een verpleeghuis. Het huis heb ik helemaal opgeruimd, alles naar de stort gebracht. Eerst nog langs Het Goed gegaan, maar daar wilden ze het niet eens hebben. Het huis was leeg. Toch raar. Had hier heel wat herinneringen gemaakt.
Gelukkig had hij een dubbele kamer, dus hij kon nog aardig wat van zijn eigen spullen meenemen. Samen hebben we de knoop doorgehakt: het huis ging in de verkoop. Het zag er niet naar uit dat hij ooit nog terug zou komen. Hij had inmiddels weer een TIA gehad, en deze was serieus. Na opname in het ziekenhuis kon hij zijn rechterarm en -been niet meer gebruiken. Zijn mond hing scheef.
Ergens was het bijna komisch: hij moest en zou roken. Dus ik een sjekkie voor hem gedraaid, maar dat ging niet best. Hij kon er niet goed aan trekken. Na een paar weken ging dat gelukkig weer beter. Zelf draaien lukte niet meer. Dus rookte hij weer zoals vroeger: Camel zonder filter. Die kon de sigarettenboer nog gewoon bestellen.
Het ging met de week slechter. Kut om te zien hoe zo’n statige man niet meer voor zichzelf kan zorgen en bij alles hulp nodig heeft. Met een tillift werd hij uit bed gehaald en in zijn stoel gezet. Hij moest gewassen worden en kon zijn eigen billen niet meer afvegen. Dat frustreerde hem enorm.
Roken werd ondertussen levensgevaarlijk hij had overal al gaten ingebrand. Dus een rookschort gekocht. Opgelost.
Ik ging elke dag langs, soms zelfs twee keer. Dan liet ik hem in de rolstoel helpen en liepen we even over de hoofdstraat. Koffie drinken, gebakje erbij. Dat werd vaak een smeerboel, maar wat maakte het uit—hij genoot. Eén keer per week naar de visboer voor een stuk gebakken kabeljauw. En ondanks dat praten slecht ging, legde hij de dames daar nog precies uit hoe ze de vis moesten bakken. Dat zat er bij hem nog wel in.
Thuis ging het ondertussen weer steeds minder. De doelen waren bereikt en ik merkte dat er weer meer gedronken werd. Alles was kut: werk, familie, het verleden. Ik zag dat ze weer somberder werd, er was ook geen land meer mee te bezeilen. Behalve dan als we naar een feestje moesten of naar de kroeg gingen. Dan zat er wat gang in. De toekomst zag er niet rooskleurig uit.
Ik vroeg me af: hoe doorbreek ik dit?
We hadden eerder met een camper door Scandinavië gereisd en dat was goed bevallen behalve het weer. En we hadden het al eens gehad over emigreren. Dus ik dacht: we kopen een camper en gaan een jaar op pad. Weg uit de sleur. Rust creëren. Misschien helpt dat. Weer was ik naïef denk ik.
En eerlijk: ik wilde ook de boel beter in de gaten kunnen houden. Thuis lukte dat niet. Als ik zei dat het minder moest met drinken, was ik “saai”. En na een paar borrels werd ik weer voor alles en nog wat uitgemaakt. Dat gebeurde steeds vaker. Dat begon aan met te vreten merkte ik. Want als iemand je elke keer voor alles en nog wat uitmaakt gaat dat op een gegeven moment onder je vel zitten.
Het was ook niet gezond. Eten schoot erbij in. Ik maakte me ontzettend veel zorgen, er bleef weinig van haar over. Zelfs de huisarts begon zich zorgen te maken. Er werd al gedacht aan drinkvoeding om op gewicht te blijven.
Achteraf denk ik wel te weten waarom eten zo slecht ging: eten en drinken gingen niet samen. En als er gedronken werd, kon er niks meer bij. Wat ik ook kookte en hoeveel rekening ik er ook mee hield het ging erin en kwam er net zo hard weer uit. Hartverscheurend om dit aan te moeten zien, de zelfdestructie.
Achteraf zie ik het. Toen niet. Misschien was ik weer te naïef. Dat schijn ik nogal eens te zijn, maar ik denk niet gauw het slechte in mensen.
Maar ik dacht: doorpakken. Weggaan. Dan wordt het beter. Kon er dan alle dagen op toezien wat er gebeurde.
Inmiddels had ik een makelaar ingeschakeld voor het huis van mijn vader. Dat was gelukkig snel verkocht. Alles netjes afgerond bij de notaris.
Wat me wel verbaasde: zodra het geld op zijn rekening stond, kreeg hij ineens bezoek. Hij kreeg naast mij bijna nooit bezoek. Af en toe de oude buurman, dat was het wel.
Maar nu wisten ze hem ineens te vinden. En ook wat ze met zijn geld moest doen.
Triest.
Ik regelde zijn bankzaken, en hij vroeg me om geld over te maken naar die mensen. Eerst heb ik dat geweigerd. Ineens op de stoep staan als er geld is—ik vond het onverteerbaar. Maar na erover gesproken te hebben, dacht ik: het is zijn geld. Dat moet ik respecteren. En toen duidelijk was dat hij niet meer uitdeelde beleven de bezoekers weer weg.
Ondanks hoe slecht het met hem ging, besloten we toch om in 2024 op reis te gaan met een camper. Geld was er inmiddels genoeg. We hadden goed gespaard en mijn vader had daar ook een hele goede bijdrage aan gedaan.
Dus op zoek naar een camper.
Mijn vader had ik niets verteld over mijn plannen. Dat zien we later wel, dacht ik.
Het was ergens op een zaterdag in oktober. De week ervoor had hij weer een TIA gehad. Er was al afgesproken dat hij niet meer naar het ziekenhuis zou gaan als er iets gebeurde.
Ik merkte aan alles dat hij er klaar mee was. Hij at bijna niet meer, dronk zijn koffie niet meer. Alleen roken deed hij nog. Tot ruzies met de nachtzuster aan toe, die hem meerdere keren per nacht uit bed moest halen.
Samen met de huisarts en het verplegend personeel hadden we afgesproken dat hij geen pijn mocht lijden. Het was niet zozeer pijn, maar onrust. Nachtmerries, vaak over de oorlog.
Hij werd steeds onrustiger en kreeg steeds meer medicatie.
Die zaterdagochtend had ik zoals altijd een tompouce meegenomen. Die wilde hij niet meer. Hij was al vier dagen niet uit bed geweest. De zuster zei dat hij ondanks alles onrustig bleef. Waarschijnlijk wist hij zelf dat het zover was. En hij was er klaar voor.
Ik ging weer naar huis en zei: bel me als er iets is. HZVV moest voetballen. Ik ben maar gegaan.Toen ging de telefoon. ‘ Je vader gaat snel achteruit, je moet komen.”
Ik sprong op de fiets. Tien minuten later was ik er. Te laat. Hij was al overleden.
Misschien klinkt het raar, maar hij was nog warm toen ik bij hem kwam. Ik heb nog even bij hem gezeten, over zijn hoofd geaaid en gezegd dat het goed was zo. Dat hij rust had.Op dat moment voelde ik geen verdriet. Meer opluchting voor hem.Het verdriet kwam later pas.
Ik heb hem gelukkig nooit hoeven vertellen dat ik een jaar op reis zou gaan. Alles heb ik netjes voor hem afgerond.
Na de crematie hebben we met z’n tienen gegeten en gedronken. Met een lach afscheid genomen—zoals hij dat gewild had. Zijn urn heb ik later opgehaald. Die heeft nog een hele reis gemaakt.
Inmiddels hadden wij na een lange zoektocht een camper gevonden. Dat viel nog niet mee—wat zijn die dingen duur. Maar we vonden er één die voor 95% aan onze wensen voldeed. Alleen de kleur van binnen… tja.Toen zij ontslag had genomen en we een vertrekdatum hadden, ontstond er weer een nieuw doel. En dat gaf rust. Thuis werd het weer iets lichter. We werkten weer ergens naartoe.
Na kerst en oud en nieuw zouden we vertrekken. Eerst wintersport, daarna door naar Zuid-Spanje. We hadden het er al over gehad om daar te kijken of we misschien iets konden vinden om te wonen.
Maar dat is voor de volgende keer. De volgende keer de “ laatste reis “.
Al met al was 2023 opnieuw een bewogen jaar. Het verdriet moest nog komen, ik zat denk ik in een overlevingsmodes. En daar begin ik nu langzamerhand uit te komen.
Ben inmiddels denk ik al een keer of 4 opnieuw begonnen aan deze blog. Schrijven is toch veel,lastiger dan je denk. Afijn , gewoon maar beginnen dan.
Inmiddels weer heel wat kilometers afgelegd, en ook heel wat meters in mijn hoofd. Ben in Lissabon aan het schrijven gegaan en sta inmiddels weer in Valencia aan het strand. Portugal viel me toch zwaar, de confrontatie deed meer met mij dan ik had verwacht. Heb het ook bewust opgezocht om het te verwerken. En dat proces is nog gaande, maar ik boek vooruitgang. Vandaar ook de titel “ move on”. Ik neem de mooie momenten mee en de rest laat ik achter me.
Mijn vader ging alleen maar verder achteruit, er was steeds meer zorg nodig. Hoe gaan we dat oplossen. Dit hebben we samen een goed besproken, want geestelijk was hij nog goed bij hoor maar lichamelijk was het inmiddels een wrak geworden. En ik had mijzelf vroeger ook beloofd dat ik voor mijn vader zou zorgen. Toen we ooit een huis hebben gebouwd hadden we speciaal een kamer benden gemaakt, als eerste voor een kantoor maar in het achterhoofd een kamer voor mijn vader.
Na corona werd de arbeidsmarkt zo krap dat er alleen maar vacatures waren en geen kandidaten. Wist er nog wel af en toe een te plaatsen. Maar het kwam vaker voor dat ik heel veel energie in een kandidaat had gestopt die vervolgens uit 10 banen kon kiezen. En daar begon ik wel genoeg van te krijgen. Zwollen en Groningen hadden we inmiddels al weer gesloten want die konden ook niet aan kandidaten komen. Het Hamburger winkeltje liep ook anders dan gepland. Het bleek toch zwaarder te zijn dan werd gedacht. En na de epidemie bleven we onder break even. En dat was toch niet de bedoeling. Dus samen met mijn compagnon maar besloten om ermee te stoppen. We hebben nog geprobeerd het te verhuren maar dat was van het zelfde laken een pak, deze kreeg er ook geen gang in. Dus de sterker er maar uit. Een ervaring rijker en een illusie en wat euro’s armer.
Na het goede gesprek met mijn vader en zelf nog een na te hebben gedacht besloot ik om te stoppen met mijn uitzendbureau. Ik kreeg er geen energie meer van, en dat heeft een mens wel nodig. Ben toen met alles gestopt, alleen het voetbal ben ik blijven doen want daar kreeg ik energie van. We hadden inmiddels al leuk wat spaargeld en had met mijn vader afgesproken dat hij mij financieel zou helpen. Dus ik hoefde mij financieel niet druk te maken. We hadden een lage vaste maandlast en we konden het makkelijk redden met een inkomen. Mijn nieuwe fulltime baan was het verzorgen van mijn vader.
Hierdoor kreeg ik ook weer meer mee wat er allemaal gebeurde. Alles wat er gebeurde ging toch onder mijn huid zitten. Begon me er steeds meer aan te ergeren en ik werd er niet vrolijker van. Terug kijkend hierop werd ik steeds bokkiger tegen mijn omgeving. Onbewust was ik mijzelf hiervan, maar werd er door mijn zus wel op geattendeerd. Toen dacht ik zit niet zo te zeuren man. Valt allemaal best mee. Maar dat viel het niet, maakte gemakkelijk ruzie om me heen en was kort af. Denk dat het kwam omdat ik me geen raad wist met de situatie, hoe pak je nou zoiets aan? Want het innemen begon weer van dik hout zaagt men planken. En eerlijk is eerlijk ik deed zelf ook mee. Maar ik ben er niet voor geboren want ik had er 3-4 dagen last van terwijl een ander de volgende dag vrolijk verder ging. Wat moet ik hier vredesnaam aan doen? Op dat moment was ik onbewust van de situatie, achteraf is het altijd makkelijk te analyseren. Ik was weer serieus gaan sporten want ik weet als je lichamelijk lekker zit gaat het geestelijk meestal ook beter. Thuis kwamen er weer discussies over het gebruik, ruzie. Tot het moment kwam dat ik me er zo aan begon te ergeren en zei rond 19:00 “ zo nu is het wel genoeg geweest” en dan kreeg ik allemaal verwensingen naar mijn hoofd. Zal deze niet opschrijven maar kan je zeggen dat dat je op een gegeven moment begint te raken. Maar goed ben mijn leven consequent geweest, dus als ik zei het is genoeg geweest dan was dat ook zo. Dan bracht ik haar naar bed en meestal ging dat goed. Soms ook niet, dan was het ruzie. Want het was nooit genoeg natuurlijk. En dan moest ik het ontgelden en als ik haar dan naar bed wilde begeleiden probeerde ze mij te slaan. Pakte haar vast zodat ze dat niet kon doen maar ja niet onder controle te krijgen en daar lagen we op de grond. De volgende zoals gewoonlijk sorry sorry. En dan ben ik een softie en Naïef en dacht het zal vast wel beter gaan. Moet dit toch op een of andere manier onder controle zien te krijgen. Had dit al eens eerder gezegd maar haar verleden deed mij op een of andere manier begrip te hebben voor de situatie. Normaal zeker niet maar ja als je er midden in staat zie je alles niet meer helder.
Er moest een nieuwe doel komen.
Aan dit stuk ben ik al een paar keer opnieuw begonnen. Want hoe schrijf ik dit vanuit mijn perspectief. Dat is best lastig maar na een aantal keer proberen is het dit geworden.
Afvallen best lastig vooral als je je hele leven daar al mee aan het worstelen bent. Het vergt enorm veel discipline, doorzettingsvermogen en wilskracht. Heb wel vaak gedacht als de wil voor het ene nou eens omgezet kon worden in het andere. Maar goed wie ben ik. Een operatie volgende, met wat hulp van de huisarts die wat gemanipuleerd had met de cijfers was het voor haar mogelijk. Het was zeker geen makkelijk traject, je moet je leven omgooien. Het doel was gevonden en de focus lag een poosje ergens anders. Ze zeggen wel in deze trajecten komt de partner aan. Tja helaas gold dat voor mij ook, want wat er overbleef van het eten ad ik wel op. Want weggooien is zonde. Ik dacht de de gewoonte om te drinken hiermee ook was verdwenen en het leek allemaal weer de goede kant op te gaan. Want het was natuurlijk allemaal positief wat er gebeurde. In de belangstelling staan en complimenten krijgen geeft je natuurlijk een goed gevoel. Een complete nieuwe garderobe aanschaffen geeft ook energie. Maar het wás te mooi om waar te zijn.
Ik denk dat we zo ergens nu 3/4 in 2022 zitten. En dan. Dan wordt je gebeld door je neefje, avonds laat rond 2230 uur dacht ik. Dacht het zal wel broekzak gesprek. Luisterde ‘s morgens mijn voicemail en daar hoorde ik de ernst wel dus gelijk teruggebeld. Mijn broer had een herseninfarct gehad. Gelijk in de auto gestapt en naar hem toe gereden. Toen bleek dat de infarct zo ernstig was geweest dat hij hiervan niet zou herstellen. 67 en net met pensioen! Heb afscheid van hem kunnen nemen, niet zoals ik gewild had maar goed ik moest het ermee doen. De sfeer was begrijpelijk erg verslagen, mijn neef was ontroostbaar hartverscheurend om te zien. Mijn allerliefste broer overleden die aan het begin van zijn pensioen stond om te gaan genieten. Man dat sloeg er bij in als een bom. En niet voor te stellen welke impact dat had op zijn gezin. Dit alles doet je toch weer even op beide voeten op de aarde te laten staan. Waar doen we het allemaal voor.
Heb een poos nodig gehad om dit te verwerken, ik denk dat we elkaar elke week wel een keer of 3-4 per week belden. Al was het soms heel kort, of langer als een van ons in de auto zat. We bespraken alles, niet alleen een broer maar ook een vriend. Dat is niet altijd geweest maar zo was het de laatste jaren wel gegroeid. En zelfs tijdens het schrijven hiervan biggelen de tranen over mijn wangen.
Mijn vader ging steeds slechter en de situatie was bijna onhoudbaar. Hij kon zowat niet meer lopen, ik maakte inmiddels zijn lunch klaar zette alles klaar voor het eten. Maar om thuis te kunnen blijven wonen moest hij wel mobiel zijn. En als je dan naar de wc moet dan moet je dat wel op tijd kunnen redden. En dat ging nogal eens mis. En ik had het eens opgeruimd en had gezegd ik doe alles voor je maar hem wassen kon ik niet. Dat kon ik echt niet opbrengen. Hij had weer een lichte tia gehad en hij lag weer in het hertelhotel. Samen met de huisarts hebben we hem ervan weten te overtuigen dat het zo echt niet verder kon. En dat de weg naar huis er niet meer inzat. Hartverscheurend om dit te moeten doen, hij wilde echt zijn laatste dagen niet in een verpleeghuis doorbrengen. Dat snapte ik maar naar huis gaan was echt geen optie meer hoe erg ik dat ook vond. Gelukkig kwam er een plekje vrij in het verpleeghuis. Wij samen heen gegaan om te kijken. Het was een oud verpleeghuis, de kamer waar we aankwamen was één dubbele kamer dus lekker ruim. Een hele aardige en lieve verpleegster ving ons op, en die heeft mijn vader over de streep gehaald. Dus maar weer eens verhuizen, maar nú definitief.
Al met al een heftig jaar, op dat moment realiseer je je dat niet zo erg maar nu ik het allemaal zo aan het opschrijven ben komt het wel binnen. Zit wel in the flow van move on, en dit schrijvend op mijn campingstoel en mijn voeten in het zand realiseer ik me maar al te goed dat als je zoveel mee maakt tijd nodig hebt om dit te verwerken.
Tot zover weer deze keer, volgend keer komt 2023 aan de beurt en dan gaan we richting het einde.
Tijdens het schrijven van deze blog zit ik voor mijn camper in Silves. Ik sta op dezelfde camperplaats als twee jaar geleden, rond dezelfde tijd. Naast mij staat dezelfde man als toen. Hij herkende mijn camper; hij vond ’m destijds al een mooi camper. Opvallende kleur daarom herkende hij deze.
We raken aan de praat. Zijn vrouw is een paar maanden geleden overleden. Misschien raar om te zeggen, maar het maatje dat ik dacht te hebben, is voor mijn gevoel ook overleden. Want achteraf gezien was het niet echt.
Ik heb een brief aan haar geschreven. Niet verstuurd, maar gisteravond ritueel verbrand. Lucht dat op? Ja… enigszins. Het was voor mij een streep: tot hier en niet verder.
Het ongeloof en het gevoel van bedrogen, belazerd en leeggetrokken te zijn, zitten er nog steeds. Alle emoties zijn inmiddels wel voorbijgekomen: woede, haat, verdriet en rancune.
Eerlijk is eerlijk: ik heb op het punt gestaan om dingen te doen waar je zomaar een paar jaar voor de bak in kan draaien. Maar ik heb me ingehouden. Geen domme dingen gedaan. Uiteindelijk los je daar ook niets mee op.
De volgende dag dacht ik: ik rijd naar Portimão. De vorige keer vond ik het daar prachtig. Maar dat gevoel was er nu niet. Meer een soort onbestemd, bijna unheimisch gevoel. Alsof het niet klopte. Misschien omdat het te veel herinneringen opriep.
Dus ben ik doorgereden naar Sagres. Daar was ik nog niet geweest. En dat bleek een goede keuze.
Misschien was dat ook precies wat er speelde: te veel herinneringen die ineens weer binnenkwamen. Want het blijft een vreemd iets van de ene op de andere dag iemand verliezen.
Natuurlijk moet ik ook in de spiegel kijken. Ik heb een mail gestuurd met de waarheid—althans, zoals ik die zag en dat werd als laster opgevat. En in mijn emotie heb ik dingen gemaild die ik beter niet had kunnen sturen. Geen rare dingen, maar wel vanuit pijn. Vragen als: wat heb ik gedaan dat ik dit verdien?
Ik heb haar altijd op handen gedragen. Maar zoals ik eerder zei: het bleef een oester. Geen reactie.
Na die bewuste dag heb ik de communicatie verbroken. Tot op de dag van vandaag.
Weer terug naar mijn verhaal. Daarna leek het langzaam wat rustiger te worden. Of misschien leek dat alleen maar zo. Druk zijn met werk en leren geeft in ieder geval focus. Een doel.
Dat betekent niet dat er niets gedronken werd, maar het voelde minder destructief. Of misschien lette ik er gewoon minder op. Ik was vooral bezig met mijn eigen dingen.
In diezelfde periode zat mijn vader inmiddels in een verzorgingstehuis. En al snel begon hij te mopperen. Hij was er, naar eigen zeggen, het minst aan toe van allemaal. En dat stoorde hem enorm.
“Er zitten hier alleen maar halve zolen,” zei hij.
“De buurman staat zomaar in z’n blote reet midden in mijn kamer.”
Het eten was ook niet goed. Tja… mijn vader was van stand. Knakworstjes op brood? Onacceptabel. Groente uit blik? Al helemaal niet. En biologisch was het ook niet.
Ik bracht hem een paar keer per week eten waar hij zin in had. Op zaterdag een gebakje, op dinsdag een stuk gebakken kabeljauw. Maar ondanks alles bleef hij klagen. Hij wilde naar huis. Dat was zijn enige doel.
Na zes maanden aandringen hebben we toch afgesproken dat hij onder voorwaarden terug mocht: thuiszorg, altijd met de rollator lopen en een alarm om zijn nek.
Na een half jaar hebben we alles weer terug verhuisd naar zijn eigen huis. Ik zei nog: dit doen we één keer—heen en weer verhuizen gaan we niet blijven doen.
Terwijl dat allemaal speelde, ging mijn eigen leven ook gewoon door. Mijn zaak begon goed te lopen; Zwolle en Groningen zaten in de opstartfase. Altijd spannend wat er dan gebeurt, maar ik had het er druk mee.
Alsof dat nog niet genoeg was, stopte de voorzitter van onze businessclub. Ik zat al in het bestuur voor commercie en vond dat leuk om te doen. Ook zat ik inmiddels in het bestuur van Vrienden voor Techniek, een club die scholen en werkgevers dichter bij elkaar brengt.
Er moest een nieuwe voorzitter komen. En de rest van het bestuur had besloten dat ik dat maar moest worden. Van alle kandidaten vonden ze mij de beste—ik geloof dat ik de enige was.
Ik heb er even over nagedacht en ja gezegd. Het paste bij mij. En het was voor een goed doel. Bovendien gaf het me energie om samen met een groep mannen te zorgen dat er geld binnenkwam en sponsoren betrokken bleven.
En toen kwam corona.
Net op het moment dat alles begon te lopen, dacht ik: lekker dan. De eerste week kregen we direct mensen terug—dat was even schrikken. Maar gelukkig duurde dat niet lang. Het werk ging door en we kregen het zelfs drukker. Overal waren handjes tekort.
Toen alles weer een beetje normaal werd, bedachten mijn compagnon en ik een nieuw plan: een ouderwets Amerikaans hamburgerrestaurant. Dat kon er ook nog wel bij, dachten we.
We vonden een jonge ondernemer met ambitie en stapten samen in. Mooie plannen, goede energie. Dikke hamburgers van 200 gram, goed vlees, vers brood en friet erbij—dat moest toch werken.
Vol gas vooruit. Pand gevonden, ingericht, veel zelf gedaan… en open.
En toen: corona nog steeds niet voorbij. Weer dicht.
We gingen bezorgen, dat liep goed. Dus we schaafden bij en gingen door. Zoals eigenlijk alles in die periode gewoon doorging.
Ondertussen ging het met mijn vader stukje bij beetje achteruit. Ik ben meerdere keren ’s nachts naar hem toe gereden. Hij belde dan onverstaanbaar, dus stapte ik direct in de auto. Altijd ’s avonds of ’s nachts. Onrust, hyperventilatie.
Op een avond hing zijn mond scheef. Foute boel. Ambulance gebeld. Een lichte TIA, bleek later. De volgende dag mocht hij weer naar huis.
De zorg werd steeds intensiever. Zijn huishoudelijke hulp zat thuis met long covid, dus het schoonmaken deed ik er ook nog bij.
Dit gebeurde in 2020 nog een paar keer. Ik heb heel wat nachten in het ziekenhuis gezeten. Hij had inmiddels een halve apotheek aan medicijnen. Alles was onderzocht. Misschien epilepsie? Nee, zei de cardioloog: ouderdom.
Als ik nu terugkijk op die periode, had ik behoorlijk wat aan mijn fiets hangen.
En toch had ik mezelf beloofd het rustiger aan te doen. Maar ja… aard van het beestje.
Misschien is dat ook de reden dat ik thuis minder zag. Of minder wilde zien.
Ik was vaak ’s avonds weg. En als ik thuiskwam, was het rustig in huis…
maar aan de geur kon ik wel ruiken hoe laat het geweest was.
Ik was vorige week al begonnen met deze blog. Maar er zat een gezellig weekendje met HZVV Onderneemt in Sevilla tussen wat overigens erg geslaagd en gezellig was – en daardoor ben ik opnieuw begonnen. Het voelde toch niet helemaal goed zoals het er stond.
Na zo’n weekend vol gezelligheid en gesprekken krijg je natuurlijk vaak de vraag: waar gaat je reis nu naartoe?
En tot vanmorgen wist ik dat eigenlijk zelf ook nog niet. Dus ik ben maar ingestapt en onderweg begon ik in mijn hoofd aan blog #8.
En ja… wat wil ik nu eigenlijk?
En toen kwam het ineens binnen: ik ga naar Silves.
Toen het convenant getekend was, heb ik een brief geschreven. Aan haar. Open, eerlijk, respectvol. Met een waardig einde. Ik heb die brief nooit verstuurd, maar in zo’n verwerkingsproces lees je vaak dat het helpt om het wél te schrijven. Dus dat heb ik gedaan.
En waarom dan juist Silves?
Omdat ik denk dat dat de plek is waar het eigenlijk al begon te kantelen. Maar, zoals Teddy Swims zo mooi zingt in Some things ill never now, “Where Did Your Heart Let Me Go”, het moment lag waarop er al afscheid van mij was genomen.
Tijdens het opschonen van mijn laptop kwam ik namelijk een mail tegen. Gericht aan de notaris, met vragen over de huwelijksvoorwaarden. Die mail was van rond de periode dat we daar waren.
Voor mij voelde dat als een soort bevestiging.
Dus dacht ik: dat is de plek waar ik die brief ga verbranden.
Mijn eigen nulpunt.
Alles achter me laten wat is geweest. De mooi momenten meenemen en de rest achterlaten.
We waren getrouwd. Dat was de eerste belofte die ik brak.
En toen kwam de tweede.
Ik had altijd heel stellig gezegd: geen kinderen meer.
In het begin waren we het daar ook samen over eens. Maar zoals dat gaat… je hebt het er eens over. En nog eens. En dan ga je er dieper op in: zijn we hier (nog) geschikt voor?
Ik ging er zelf over nadenken.
Ik heb al vier kinderen. Dat leek me altijd meer dan genoeg. Het waren pittige jaren – vier kinderen zo goed als tegelijk is gewoon zwaar, al wist ik toen niet beter.
Maar ergens veranderde er iets.
Ik dacht: waarom eigenlijk niet?
Nog één kindje. Waar ik alle aandacht aan kan geven, in plaats van die te moeten verdelen over vier. En niet dat ik dat ooit erg heb gevonden – integendeel, met heel veel liefde gedaan. Ze zijn nog steeds mijn grootste trots.
Mijn enige voorwaarde: vóór mijn vijftigste. Daarna wilde ik het echt niet meer.
Natuurlijk ging de situatie thuis ook door mijn hoofd. Maar ik wist van mezelf: wat er ook gebeurt, ik kan dit dragen. Op mij kan geleund worden.
Na de geboorte van de jongens had ik me laten steriliseren. Dus dat moest eerst ongedaan gemaakt worden.
Dat kon.
Succeskans: 40%, zei de uroloog.
De hersteloperatie lukte. Ze waren niet overdreven enthousiast, maar het was mogelijk.
En na een tijdje: ja… bingo. Zwanger.
Iedereen blij. De donkere wolk in huis leek even te verdwijnen.
Maar het mocht niet zo zijn.
We verloren het kindje vroeg in de zwangerschap.
Daarna hebben we het er nog vaak over gehad. En soms zeiden we tegen elkaar: is het raar als ik zeg dat ik het niet erg vind?
Het was een zware periode. Met een lange nasleep.
⸻
In diezelfde tijd ging het met mijn vader ook steeds slechter.
Hij was weer gevallen. En hij ging snel achteruit.
Ik ging bijna dagelijks bij hem langs om te kijken hoe het ging. Hij vond zelf dat hij nog prima zelfstandig was… maar hij had duidelijk hulp nodig.
Toen wij een paar dagen weg waren, hield ik altijd contact. Even een foto sturen, een berichtje. En ik kreeg vaak de meest bijzondere reacties terug. Niet omdat hij grappig wilde zijn, maar omdat het soms gewoon niet meer te volgen was.
En dat lag niet aan hem… maar aan hoe het met hem ging.
Op een ochtend stuurde ik weer een bericht. Geen blauwe vinkjes.
Dat kwam vaker voor, dus ik maakte me nog geen zorgen.
Maar na een dag… nog steeds niets.
Gebeld. Mobiel. Huistelefoon. Geen reactie.
Ik raak niet snel in paniek, dus nog een nacht gewacht.
De volgende dag: nog steeds niets.
Toen zijn we gegaan.
Ik kwam binnen en dacht: hier is een overval geweest. Alles lag overhoop.
En daar lag hij.
Tussen de gordijnen. Half opgerold.
Hij was gevallen. Had een zware blaasontsteking en was in een soort delirium terechtgekomen. Hij had geprobeerd op te staan, zijn telefoon te pakken… maar dat lukte niet. Het hele huis was één spoor van pogingen en chaos.
Hij had daar bijna drie dagen gelegen.
De ambulance kwam. Hij was uitgedroogd, ziek, en zijn rug was opnieuw beschadigd.
Na een paar dagen ziekenhuis kon hij naar een herstelhotel. Daar hebben we hem, samen met de huisarts, overtuigd dat thuis wonen geen optie meer was.
Onder voorwaarden ging hij akkoord.
We verhuisden alles naar een verzorgingstehuis. Met de afspraak dat het huis niet verkocht zou worden, en dat hij eventueel terug zou kunnen.
Wij dachten: als hij er eenmaal zit, vindt hij het wel goed.
Na de ruzie over zijn rijbewijs en auto – die ik had afgepakt omdat het echt niet meer kon – probeerde ik het dit keer tactischer aan te pakken.
En dit leek een goede oplossing.
Op dat moment deed het me eigenlijk minder dan je zou denken.
Ik schoot, zoals zo vaak, in de doe-modus.
Regelen. Oplossen. Doorgaan.
Hij zat goed, met zijn eigen spullen om zich heen.
Dus ik dacht: het is goed zo.
Achteraf bleek dat anders.
Eind 2018 begon het weer te kriebelen.
Ondernemen.
Voor mij was het belangrijkste: weer baas over mijn eigen tijd zijn.
Ik dacht er goed over na en kwam iemand tegen met wie ik mijn ideeën deelde. Ik wilde weer iets doen in de uitzendbranche – dat kende ik en dat vond ik leuk.
Hij zei: “Dan beginnen we toch samen een uitzendbureau?”
En dat klonk eigenlijk als een nog beter plan.
Dus daar ging ik weer. Ondernemer.
Dolgelukkig.
We bouwden het snel op. Natuurlijk met wat tegenslagen, maar niets onoverkomelijks. Al snel hadden we mensen aan het werk.
Mijn zus pakte de administratie weer op, zoals eerder.
Ik zorgde voor de klanten en kandidaten.
Later sloot ook mijn dochter aan.
We groeiden al snel.
Veel ambitie.
Werk aan de winkel moest een sterk merk worden.
Tweede vestiging in Zwolle.
Daarna Groningen.
Ondertussen had ik steeds minder oog voor wat er thuis speelde.
Ik zag het wel… maar sloot me er ook voor af.
Werk gaf energie.
HZVV Onderneemt ook.
Lekker bezig zijn. Vooruit. Volgende project.
Altijd in beweging.
Thuis was het nog steeds donker.
Maar er kwam weer wat verandering.
Na aandringen begon ze weer aan een opleiding. Een andere baan.
Dat gaf een nieuwe impuls.
Het werd weer iets lichter. Er was weer een doel.
En een doel hebben… dat doet iets met mensen. Dan kom je ergens je bed voor uit.
Dus het leek weer beter te gaan.
Maar dat betekent natuurlijk niet dat het ook écht beter was.
Achteraf weet ik: dit soort problemen lossen zich niet vanzelf op. Daar moet je samen echt aan werken.
Maar op dat moment… maskeerde dat doel een heleboel.
Voor nu is het genoeg.
Deze drie verhaallijnen neem ik de volgende keer mee:
Eerst nog even een korte update. Ik sta inmiddels in Jerez de la Frontera. Lekker in de buurt van Basic Fit, zodat ik mijn conditie een beetje kan bijhouden.
Ik heb nog veel nagedacht over mijn vorige blog en ook zeker over deze aankomende. De mail van de advocaat van de tegenpartij zette me toch aan het denken. Niet omdat hij per se gelijk had, maar omdat hij me liet twijfelen of ik dit verhaal wel moet blijven vertellen.
Als je dan ook nog via via hoort wat er allemaal gaande is aan de andere kant, dan zet dat je wel aan het denken.
Moet ik hier wel mee doorgaan?
Ben ik nu weer die olifant in de porseleinkast?
En dan krijg je ineens vanuit onverwachte hoek berichten met de mededeling dat ik helemaal geen kwetsende dingen opschrijf, maar juist bijna liefdevol. En dan denk ik: ja… het is en blijft mijn proces.
Maar goed, terug naar het verhaal. Want als ik zo door blijf gaan komt er nooit een einde aan dit stuk.
Ja, ik had inderdaad weer de liefde van mijn leven gevonden. Het leuke woog zwaarder dan het minder leuke, dus dacht ik: dan maar mijn eerste belofte breken.
Ik ben netjes naar haar stiefvader gegaan en heb haar hand gevraagd. In dat soort dingen ben ik best ouderwets, maar ik vind dat ook wel wat hebben. Haar stiefvader stemde gelukkig toe. Dat was stap één.
Er moest natuurlijk ook een ring komen voordat ik haar ten huwelijk zou vragen. Ik wist wat ze mooi vond, dus ben naar een goudsmid gegaan en heb uitgelegd wat ik wilde: een ring met witgoud en roségoud die in elkaar overlopen, met in het midden een diamant.
Om het een verrassing te houden moest ik mijn zus vragen om het bedrag even voor te schieten. Waarom? Tja… achteraf bleek dat weer een enorme fout van mij te zijn geweest. Te goed van vertrouwen.
Hoe had ik het financieel geregeld?
Ik heb niet zoveel met geld. Tenminste, ik weet dat het je niet gelukkig maakt. Dus nadat we een tijdje samenwoonden had ik gezegd:
“Hier heb je mijn pas, regel jij alles maar. Als ik maar kan pinnen als ik ergens een lunch of een biertje ga doen.”
De rest vond ik prima.
Ik hoefde me niet met betalingen of administratie bezig te houden. Alleen als ik geld nodig had voor iets groters kon ik dat doorgeven. Ideaal, vond ik toen.
Mijn geld werd keurig beheerd… althans, dat dacht ik.
Verderop in het verhaal kom ik hier op terug.
Dus zomaar even een paar duizend euro pinnen voor een ring zonder dat zij het zag, dat ging niet. Daarom was mijn zus zo lief om het voor te schieten zodat alles een verrassing bleef.
Ik weet niet meer precies wanneer ik op mijn knie ben gegaan, maar ik heb haar ten huwelijk gevraagd. En wat denk je? Ze zei ja.
Allebei dolblij natuurlijk. En de vrienden om ons heen ook. Er kwam een feestje aan.
Er was alleen nog een hobbel: wie nodigen we uit?
Voor mij was dat simpel. Niet te groot en gewoon de vaste groep om ons heen. Haar echte vader had ik nog nooit gezien. Wat moesten we daarmee?
Voor mij was het duidelijk: ik ken hem niet. We zijn inmiddels vier jaar samen en ik heb hem nog nooit gezien. Dus ik zei: hij mag best komen, maar dan wil ik hem eerst wel eens ontmoeten.
Zo gezegd, zo gedaan. Hij kwam een keer langs.
Ik moet eerlijk zeggen dat ik me toen best als een hork heb opgesteld. Want ik moest zo nodig zeggen wat ik ervan vond.
Later, toen we een jaar op reis waren, hebben we elkaar onderweg nog eens ontmoet. Tijdens een lange strandwandeling kwam het hele verhaal boven water.
En zoals altijd heeft een verhaal twee kanten. Tot dan toe had ik maar één kant gehoord. En die was niet mals, kan ik je zeggen.
Maar achteraf gezien had ik gewoon mijn mond moeten houden. Toen ik de twee verhalen naast elkaar legde, was het helemaal niet terecht dat ik zo hard had geoordeeld.
In die tijd hadden we ook het idee opgepakt om een huis te kopen. We dachten: mooi, trouwen én een eigen huisje. Dan zou je zeggen dat alles compleet is.
Dus wij zoeken naar iets geschikts dat we konden betalen. We hadden inmiddels ook alweer een leuke spaarrekening opgebouwd.
Wij naar de bank. En tja… dan komt mijn verleden weer boven water. Mijn vorige scheiding ging gepaard met schulden en daar stond nog wat van open. BKR-registratie. Ik kon niks lenen.
Maar goed, dat was niet het einde natuurlijk. Ik ben inventief genoeg.
We vonden een leuk huisje in Hoogeveen. Echt niet duur. Ja, er moest wat aan gebeuren en je moest er een beetje doorheen kunnen kijken, maar met de rente van toen en de lage aankoopprijs was het maandbedrag bijna niks.
De hypotheek kwam rond en we kochten het huis.
Nou ja… wij?
Om ervoor te zorgen dat we geen last konden krijgen van mijn verleden zijn we naar de notaris gegaan om te kijken hoe we dit het beste konden regelen. Uiteindelijk werd het trouwen op huwelijksvoorwaarden zonder enige verrekening.
Voor de kenners onder ons: die weten wat dat betekent.
Het was dus niet mijn huis.En daar hebben gekscherend ook regelmatig om gedachten “ jij hebt helemaal niks “.
Maar op dat moment ga je er niet vanuit dat het ooit verkeerd zal gaan.
Door mijn verleden hadden we er ook maar voor gekozen dat alles op haar naam stond. En met alles bedoel ik ook echt alles. Dan konden schuldeisers ons niet raken, was de gedachte.
Dus: huis gekocht. Flink aan het klussen geweest. De hele toko verbouwd met heel veel vakkundige hulp. Het werd een paleisje.
Ons paleisje.
Niet groot, maar wel op een mooie plek en van alle gemakken voorzien.
Vlak voordat ons trouwfeestje was hadden we alles klaar. Een groot deel van ons spaargeld zat in het huis, maar er was nog ruim voldoende over om een leuk feestje te geven.
En een knalfeest werd het.
We hadden tot 23.00 uur ons stamcafé afgehuurd en ik had er nog een uurtje bij bedongen voor 150 euro. De drank vloeide rijkelijk en iedereen die niet hoefde te rijden was behoorlijk beneveld.
Toen ik met de café-eigenaar moest afrekenen zei hij dat het eigenlijk niet uit kon wat we hadden afgesproken, want er was wel heel veel gedronken. Maar afspraak is afspraak, zei hij.
Ik heb hem toch nog 150 euro extra gegeven.
Na het feestje zijn we op huwelijksreis geweest. En ook daar viel het me op dat er rijkelijk werd ingenomen.
Maar ja… het is vakantie, dacht ik.
Toen we weer thuis waren leek alles weer in rustiger vaarwater te komen.
Althans… dat dacht ik.
We woonden op loopafstand van het dorp en gingen regelmatig een borreltje drinken. Dat begon me steeds meer tegen te staan en meestal dronk ik zelf ook niet.
Het kwam ook regelmatig voor dat ik alleen naar huis wandelde omdat ik het wel gehad had.
Maar goed… na een tijdje begint dat toch te knagen als je alleen in bed ligt. Dan ga je je zorgen maken. Wat als?
Dus dan toch maar weer uit bed en op zoek.
Ik hoef denk ik niet uit te leggen wat de situatie dan meestal was. En alle woorden die naar mijn hoofd geslingerd werden raakte mij elke keer diep.
Het liep compleet uit de hand en ik bleef aandringen dat er iets moest gebeuren, want zo kon het niet langer. Bij ons thuis was het gemiddeld drie keer per week weekend inmiddels. En daar paste ik toch echt voor.
Er werd een stap in de goede richting gezet. Tenminste… dat dacht ik.
We schrijven inmiddels 2017.
En er veranderde wat. Het leek erop dat het minder werd.
Maar ik was denk ik nogal naïef. Te goed van vertrouwen. Ik controleerde nooit iets, dat was ook helemaal mijn stijl niet.
Achteraf had ik dat misschien beter wel kunnen doen.
Op een dag was ik aan het schoonmaken. Ik had de was gedaan en wilde haar kleren in de kast leggen. Daar vond ik ineens een aantal lege flessen.
Laat ik zeggen: het waren geen colaflessen.
Dus ik vroeg: “Hoe komen die daar?”
“Geen idee,” was het antwoord. “Zeker met de verhuizing gebeurd.”
Ik zei nog: “Dat kan niet. Ik heb die kast in het vorige huis uit elkaar gehaald en hier weer in elkaar gezet. En ik weet zeker dat ik die flessen er toen niet in heb gelegd.”
Maar ik stond er verder ook niet meer bij stil.
Later heb ik ook geen lege flessen meer gevonden.
Achteraf is me wel duidelijk geworden hoe dat zat. Mensen met een verslaving zijn behoorlijk inventief en vindingrijk. Lege flessen kwamen niet meer bij de reguliere flessen terecht.
Ik deed de boodschappen, wist meestal precies wat er in huis was en bracht ook de lege flessen weg.
Niks opvallends, vond ik toen.
Zo naïef was ik.
En hier begonnen de eerste haarscheurtjes. Al realiseer ik me dat nu pas achteraf.
Het werd langzaam weer donkerder in huis.
We gingen richting 2018.
En achteraf waren de haarscheurtjes toen al duidelijk zichtbaar.l
Alleen… ik wilde ze nog niet zien.
Mijn vader ging ondertussen hard achteruit en ik probeerde mijn eigen ambities waar te maken.
Op het moment van dit schrijven zit ik op een terras in het zonnetje in het oude stadscentrum van Cadiz. Met een kop koffie, mijn iPad voor me, en in mijn hoofd de vraag: hoe begin ik aan blog #6?
Volgens mij gaat schrijven bij de meeste mensen ongeveer hetzelfde. Je loopt er een tijdje op te kauwen, denkt na over wat het begin moet zijn en waar het verhaal eindigt. Bij mij werkt dat in ieder geval zo. Vandaar dat ik nu mijn iPad heb gepakt om te beginnen.
In mijn vorige blog zei ik dat ik een telefoontje van mijn advocaat kreeg, en de mail die daarbij hoorde had ik inmiddels ook ontvangen. Wat mij verbaast is hoe dat gemaild wordt. Zelf ben ik geen leraar Nederlands, maar wat een fouten staan er zeg. En niet alleen fouten, maar ook wordt klakkeloos de mail van haar cliënt, inclusief gegevens, doorgestuurd.
Inmiddels heb ik ook al een tweede reactie ontvangen dat ik met mijn blog moet stoppen, anders komt er een kort geding om me te dwingen te stoppen. Om deze futiliteiten kunnen ze zich blijkbaar druk maken, terwijl ze het echte werk laten liggen. Misschien moeten ze zich daar eens druk over maken.
Deze blog schrijf ik om mijn verhaal te vertellen.
Ik heb het al eerder gezegd: ik schrijf over mijn leven van de afgelopen 15 jaar. Vanuit mijn perspectief en mijn ervaring. Ik laat bewust namen en specifieke details weg. Dit is geen blog uit rancune of om iemand op wat voor manier dan ook te beledigen. Ik beschrijf simpelweg hoe ik de afgelopen jaren heb beleefd.
Ik nodig iedereen uit om het te lezen. En ik zou zeggen: vind je het niet leuk om te lezen, doe het dan niet.
Tegelijk kan ik me voorstellen dat deze blog voor sommigen confronterend kan zijn. Dan kan ik alleen maar zeggen: lees vooral verder in de komende blogs. Daarin zal ik ook beschrijven wat deze periode met mij heeft gedaan en hoe mijn leven uiteindelijk behoorlijk overhoop is geraakt. Sommige dingen blijven voor mij tot op de dag van vandaag moeilijk te begrijpen.
Ik moet wel zeggen dat ik mezelf ook af en toe afvraag waarom ik deze blog schrijf. Het is soms best emotioneel en voelt het alsof ik zout in mijn eigen open wond aan het strooien ben. Maar aan de andere kant merk ik ook dat het me goed doet om het zo op te schrijven. Die balans weegt voor mij uiteindelijk zwaarder, en dat is reden genoeg om door te gaan.
Ik krijg veel reacties, ook van oud-collega’s en kennissen uit het verleden. Zelfs van mensen van wie ik dat totaal niet had verwacht. Doordat ik me nu zo openstel, komen die reacties ook. En daar ben ik heel dankbaar voor.
Want ik denk dat hoe ik me vroeger soms gedroeg zeker niet de schoonheidsprijs zou winnen. Ik kan me goed voorstellen dat sommige mensen mijn bloed wel konden drinken. Achteraf gezien begrijp ik dat eigenlijk ook wel.
En dan vraag je jezelf toch weer af — nu het toch over zelfreflectie gaat — waarom heb ik zo gedaan?
Naar mijn idee heb ik dat al eens geprobeerd te ontrafelen, maar waarschijnlijk niet goed genoeg. Maar hoe lang moet je met zo’n proces doorgaan? Ik heb wel eens ergens gelezen dat de verwerkingstijd ongeveer één maand per levensjaar is.
Nou, dan kan ik nog even.
Ik ben nu 56 en laten we zeggen dat ik dan ongeveer 40 jaar heb om te verwerken. Bliksem… dan heb ik nog wel even te gaan.
Maar goed, daar ga ik maar niet vanuit.
Ik merk wel dat ik steeds meer tot de kern van mezelf kom en begin te begrijpen waarom sommige dingen mij zo enorm kunnen raken.
In het verleden kon ik rücksichtslos beslissingen nemen, zonder enige emotie te laten zien. Zowel zakelijk als privé. Daar heb ik ook wel eens discussies over gehad. Zakelijk of privé?
Ik ben wie ik ben. Voor mij zat daar eigenlijk geen verschil tussen. Maar daar denken anderen soms anders over.
Voor mij waren die beslissingen altijd rechtvaardig, alleen hield ik weinig rekening met wat dat voor een ander betekende. Ik wond er geen doekjes om en ging er met gestrekt been in. Achteraf gezien liet ik daarmee soms een spoor van schade achter.
Ik denk dat het een vorm van zelfbescherming was. Vooral niet laten zien wie ik werkelijk was.
Van mensen die over hun gevoel spraken vond ik toen ook wel wat. En een burn-out? Dat was in mijn ogen gewoon een modewoord.
“Hou toch op met die flauwekul en ga gewoon aan het werk,” zei ik dan.
Stress? Dat bestond in mijn wereld niet.
Zelf werkte ik me een slag in de rondte. Vier kleine kinderen, een studie naast mijn werk en ook nog vrijwilligerswerk. Dus kom bij mij niet vertellen dat je het druk hebt of dat je stress ervaart. Hou op met dat gezeur en ga aan de slag.
Inmiddels weet ik wel beter.
Misschien moet je eerst zelf tegen de lamp aanlopen om dat allemaal te kunnen begrijpen.
Nog steeds ben ik ervan overtuigd dat werken goed voor je is. En als je niet gelukkig bent met wat je doet, moet je iets anders zoeken waar je wel gelukkig van wordt. Maar ik weet inmiddels ook dat je stress kunt ervaren door dingen die met je gebeuren waar je zelf geen invloed op hebt. En dat dit hele rare dingen met je lichaam en geest kan doen.
Als mij dit vijftien jaar geleden was overkomen, was ik hier heel anders mee omgegaan. Ik zou zeker geen blog hebben geschreven of er open met andere mensen over hebben gesproken. Want mijn probleem was mijn probleem, en dat loste ik zelf wel op.
Zo deed ik dat al jaren. En dat werkte prima.
Ik heb wel eens tegen mijn coach gezegd dat ik een vakje in mijn brein had waar ik al dit soort dingen in stopte. Dat vakje ging alleen open als er weer iets bij moest. Het interesseerde me helemaal niet wat er verder in zat.
Alleen… het was inmiddels geen vakje meer.
Het was een complete archiefkast geworden.
Ik had het schrijven even aan de kant gelegd en inmiddels is het zondagmorgen. Ik sta nog steeds in Cadiz en het bevalt me hier eigenlijk wel. Zoals zo vaak luister ik naar Vroege Vogels. Ik vind het bijzonder hoe gefascineerd mensen kunnen zijn door de natuur.
Maar goed, ik heb er nog eens rustig over nagedacht.
Gelukkig heb ik toch wat geleerd. Toen mij dit allemaal overkwam, heb ik me anders opgesteld dan ik vroeger zou hebben gedaan. Ik heb hulp gezocht bij professionals, erover gesproken met vrienden en kennissen, en me soms ook kwetsbaar opgesteld. In hun bijzijn gehuild en gewoon gezegd hoe het met me ging.
En dan merk je wat je daarvoor terugkrijgt. Dat is eigenlijk onvoorstelbaar. Ook van mensen van wie je het totaal niet had verwacht.
En dan komt toch weer de vraag: waarom heb ik me niet eerder zo kwetsbaar opgesteld?
Tja… dat is een hele goeie vraag.
Waarschijnlijk zitten er vanuit vroeger dingen in je brein geprint die daar hardnekkig blijven zitten. Hoe hard je ook probeert die te veranderen, ze gaan toch vaak weer terug naar de basisinstellingen. Een beetje zoals Windows.
Daar is soms een harde reset voor nodig.
En ja, ik had mijn brein al eens geprobeerd te wijzigen. Maar nu kreeg ik een echte harde reset.
Alles kwam tot stilstand. Mijn wereld was in één klap veranderd. Het onrecht wat mij daarna is overkomen heeft mij niet alleen stilgezet, maar zelfs een stuk achteruit geduwd.
Maar misschien was het ook wel het moment om mijn eigen programma opnieuw te installeren.
Heb ik van mijn fouten geleerd?
Ik heb het inmiddels twee keer fout gedaan, als je het zo mag noemen. De toekomst zal uitwijzen of ik er echt van geleerd heb. Maar dat ik het nu anders wil doen, dat staat vast.
Zo, dat zijn alweer heel wat woorden. Het moet tenslotte ook een blog blijven en geen boek.
In de volgende blog ga ik weer verder waar ik in blog #5 was gebleven. Want achteraf bleek dat ik toen alweer op het punt stond een fout te maken.
Terwijl ik ooit twee dingen heel stellig had gezegd:
ik trouw niet meer
en ik wil geen kinderen meer.
Tja… we zullen zien hoe dat afloopt.
Zoals ik eerder zei: van buiten keihard, van binnen zacht.
De reis gaat verder.
In kilometers én in woorden, met een lach en een traan.
Ik begin deze keer ook maar even met de huidige stand van zaken. Ik sta nu in Tarifa en ben aan het twijfelen of ik naar Marokko ga. Lijkt me wel interessant!
Nadat ik mijn reisgenoot had afgezet, ben ik het een stuk rustiger aan gaan doen. Ik ga een beetje van dorpje naar dorpje, rustig aan. Lekker wandelen, sporten en af en toe even naar mezelf in de spiegel kijken. Of, zoals ze dat zo mooi zeggen: even naar je navelstaren.
Dan moet ik gelijk denken aan een coach die ik ooit had tijdens mijn management development opleiding bij De Baak. In een van de eerste sessies vertelde hij dat hij bij een groot internationaal bedrijf werkte en het helemaal gehad had. Hij had ontslag genomen en was naar Nepal vertrokken om daar op zoek te gaan naar zichzelf.
Daar schoot ik toen flink van in de weerstand.
Ik zei: “Wat heb ik aan zulke verhalen? Ik moet gewoon zorgen dat er eten op tafel komt voor mijn kinderen en dat de hypotheek betaald wordt.”
En nu, heel wat jaren later, begrijp ik dondersgoed wat hij toen bedoelde. Dat ik zo in de weerstand schoot zegt ook wel iets over hoe ik er toen in stond. Ik stond helemaal niet open voor zulke veranderingen.
Misschien zijn mijn ogen toen toch een klein beetje geopend. Met die coach heb ik trouwens nog steeds contact. We lachen elke keer weer om dat verhaal. En dan zegt hij steevast:
“Jij bent zeker niet conflictmijdend, maar stel jezelf nou eens de vraag: wat bereik je ermee?”
Dat was een hele goede vraag. Daar heb ik vaak over nagedacht. Ook nu weer. En het is lastiger dan ik dacht.
Kan ik mezelf veranderen? Daar ga ik nog eens rustig over nadenken.
Maar goed, weer even terug naar het verhaal.
Ik dacht dat we in rustiger vaarwater waren gekomen. We waren allebei aan het werk en bezig met alle normale dingen die iedereen doet. Toch bleef bij mij de vraag hangen wat er nou precies aan de hand was. Zulk gedrag kun je toch niet als normaal beschouwen.
Op een avond, waar de drank weer rijkelijk vloeide, kwam uiteindelijk het hoge woord eruit. Het verhaal achter alles kwam boven tafel. Ik vind het niet gepast om dat verder toe te lichten; dat heeft ook weinig toegevoegde waarde. Laat ik het erop houden dat ik meer begrip kreeg voor de situatie.
Met alle kennis die ik in de loop der jaren had opgebouwd, dacht ik: daar kan ik wel wat mee. Maar dan moet het verhaal wel van twee kanten komen. Alleen… ze bleef gesloten als een oester eb die ging met geen mogelijkheid open. Ik wist dat het zo ook niet tot een oplossing zou komen.
Wat ik ook probeerde, een echt gesprek hierover kwam er niet.
Tot de emotie weer een hoogtepunt bereikte en ik zei: “Ga nou eens naar de dokter.”
Gelukkig is dat gebeurd. Wat er precies besproken is weet ik niet, dat hield ze voor zichzelf. En dat vond ik prima. Het belangrijkste was dat ze er met iemand over sprak.
Doordat ik nu iets meer wist van de achtergrond, kon ik dingen beter plaatsen en meer begrip tonen. Ik begon ook te begrijpen dat alcohol, met zijn verdovende werking, een vorm van ontspanning of ontsnapping moest zijn. Daar spraken we ook wel eens over: dat het toch geen echte oplossing was.
Maar ja… wie ben ik.
Wat ik wel opvallend vond was dat in het begin gezegd werd dat bij haar thuis alles besproken kon worden. Dat bleek ook zo te zijn… zolang het maar over een ander ging. De echte problemen werden niet besproken.
En dat begon me steeds meer te irriteren.
Wat wel regelmatig besproken werd, was dat ik een “oude viezerik” zou zijn. En dat was niet één keer. Ja, ze was een stuk jonger dan ik. Daar heb ik het eerder over gehad. Maar voor ons stond dat eigenlijk nooit echt in de weg.
We zitten inmiddels in 2014. We waren verhuisd naar Hoogeveen. Het huis die ik huurde ging in de verkoop, dus vandaar de verhuizing.
Daar kabbelde alles weer verder.
In die zomer maakten we een prachtige reis door de Verenigde Staten. Een mooie rondreis. Wat me wel begon op te vallen, was dat er altijd drank moest zijn. Voordat we naar een hotel gingen, stopten we vaak nog even bij een tankstation om wat te halen. Zelf was ik daar niet zo mee bezig, maar het begon me wel op te vallen.
Ondertussen had ik ook een andere baan gevonden, bij de buurman die tegenover mij woonde, weer in de IT. Heerlijk was dat. Ik was gewoon accountmanager en alleen verantwoordelijk voor mezelf. Dat beviel me prima.
En weer kabbelde alles voort.
We hadden een gezellig café gevonden in Hoogeveen: De Pastoor. Daar zaten we graag aan het einde van de werkweek om onder het genot van een borreltje de week door te nemen.
Over dat weekend hebben we trouwens regelmatig discussies gehad. Voor mij is weekend zaterdag en zondag. Maar als je in de zorg werkt, ligt dat natuurlijk anders. Dan heb je op andere dagen weekend.
Het kwam dus regelmatig voor dat er op een doordeweekse dag al een borrel op tafel stond, want het was immers weekend. En dan kwam het “normale” weekend er ook nog aan… en dan was het weer weekend.
En ja, in het weekend mag je een borrel drinken.
Langzaam maar zeker werd er steeds meer gedronken.
In die periode begon mijn vader ook wat achteruit te gaan. Hij had zijn rug gebroken na een val en had een tijdje in een herstelhotel gezeten. Hij krabbelde weer wat op, maar werd niet meer helemaal de oude. Hij was inmiddels 87.
Tot zijn val was hij nog erg actief. We golfden regelmatig samen. Maar goed, verderop in het verhaal komt hij nog wel terug.
Ondertussen kabbelde het leven verder.
Ondanks de meningsverschillen over alcohol had ik het goed naar mijn zin. Wat ik nodig had, wist zij mij vaak te geven. Ze liet me duidelijk merken als ik te horkerig was naar iemand toe, of naar mijn kinderen. Daar heb ik veel van geleerd.
Ze riep me ook regelmatig tot de orde als ik weer eens vol gas ging. Bij mij was het vaak maar één stand: plankgas. Ik had ook nooit de rust om televisie te kijken. Nou ja, kijken… als ik televisie aanzette vielen mijn ogen meestal binnen vijf minuten dicht.
Langzaam begon ik te leren dat niet alles vandaag af hoeft. Dat zat er bij mij behoorlijk ingebakken, maar ik begon het te leren. En eerlijk gezegd beviel dat ergens ook wel.
Het was inmiddels ergens in 2015. Omdat ik echt dacht dat het onmogelijk was om voor de tweede keer de liefde van mijn leven te vinden, heb ik haar ten huwelijk gevraagd.
Ik merk dat ik alweer aardig wat heb geschreven.
De volgende keer vertel ik verder over ons huwelijk en wat daarna gebeurde.
Terwijl ik dit schrijf, krijg ik een telefoontje van mijn advocaat. De tegenpartij heeft gesommeerd dat ik per direct moet stoppen met mijn blog.
Tja… ik begrijp donders goed dat de waarheid niet altijd leuk is. Maar voor alle duidelijkheid: ik schrijf deze blog vanuit mijn perspectief. Onder geen enkele voorwaarde wil ik iets respectloos of belastends opschrijven.
De reis gaat verder.
In kilometers én in woorden.
En inmiddels ook met tranen. Want het is best emotioneel om dit allemaal op te schrijven.
Afgelopen dinsdag heb ik Carlo, mijn reisgenoot van de eerste dagen, afgezet op het vliegveld van Málaga. Nog nagenietend van de mooie gesprekken die we hebben gehad en alles wat we samen hebben gedaan. Een voetbalwedstrijd van Murcia gekeken, een tour door het stadion van Valencia, een bezoek aan het stadion van Barcelona. Heerlijk door de steden gelopen.
Carlo gaf me een mooi compliment – en hij was niet de enige die dat zei. Hij waardeert mijn openheid en oprechtheid. Dat ik dingen kan opschrijven zonder iemand te kwetsen. En dat ik me alles nog zo goed kan herinneren.
Misschien zegt dat ook iets over hoe intens die periode voor mij is geweest. Of dat goed of fout is? Geen idee.
Maar toen kwam het moment van afscheid nemen.
“Carlo, bedankt voor deze mooie reis. Voor mij was dit onvergetelijk.”
En ergens voelde ik: nu begint mijn reis pas echt.
De eerste dagen alleen waren even wennen. Maar inmiddels begint het te landen. Er komt ruimte om na te denken over de afgelopen dertien jaar. Ik sta nu in Marbella, rustig aan het strand. Even pas op de plaats. Want de rollercoaster van het afgelopen jaar hakt erin.
Alle emoties zijn voorbijgekomen. En ja — ik héb gevoel. Sommigen denken van niet. Zeggen dat ik gevoelloos ben. Dat is de buitenkant.
Mocht je mijn reis willen volgen: op Polarsteps kun je zoeken naar Robert Nieland. Daar plaats ik andere verhalen en foto’s.
Maar goed. Terug naar de vraag:
Rustig vaarwater?
We woonden inmiddels een poosje samen. Dan begin je dingen te zien waarvan je denkt: hmm. Achteraf is alles makkelijk analyseren, maar op dat moment loop je toch een beetje met oogkleppen op.
We werkten allebei. Gewoon druk met de dagelijkse dingen. Je raakt aan elkaar gewend. Je laat weer ongegeneerd scheetjes op de bank en in bed. En ja, ook op het toilet konden we allebei behoorlijk wat lawaai maken, haha. Kortom: het begon op een normale relatie te lijken.
Toch vielen me dingen op. Regelmatig kwamen er donkere buien voorbij. Hevige huilbuien. Als ik vroeg wat er aan de hand was, kreeg ik steevast:
“Geen idee.”
Of: “Niks, gewoon.”
In het begin nam ik daar genoegen mee. Maar het voelde niet goed. In mijn beleving zijn zulke extreme buien niet normaal. Toch liet ik het op dat moment rusten.
Ook het alcoholgebruik begon me op te vallen. Gewoon een borreltje drinken zat er niet in. Meestal moest het doorgaan tot het lampje uitging. Maar daar kom ik later nog op terug. Ik heb inmiddels al genoeg om op terug te komen. Man, het wordt nog een lang verhaal. Gelukkig heb ik het geheugen van een olifant. Voor sommige dingen dan 😉
Voor mij was dat drinken niet normaal. Zelf heb ik niet zoveel met alcohol. Tot mijn 42e dronk ik zo goed als niet. Zonder drank ben ik al vrij genoeg. Ik heb geen alcohol nodig om me vrolijk te voelen.
Ik heb zeven jaar een café gehad. Daar noemden ze me “Mister Spa Rood”. Dat komt denk ik doordat ik op de LTS Consumptieve Techniek een leraar had die alcoholist was. ’s Ochtends schreef hij met een trillende hand op het bord. Dan liep hij naar het restaurant om een paar slokken jenever te nemen. Daarna kon hij zonder bibberen verder schrijven.
Toen dacht ik: als ik in de horeca ga werken, gaat mij dat niet gebeuren.
Ik ken mezelf inmiddels goed genoeg om te weten dat als ik ergens in doorsla, ik er ook écht in doorsla. Ik kan streng zijn voor mezelf. Die drang om mezelf te bewijzen heb ik zeker. Soms tot ergernis van anderen. En van mezelf.
Ik weet nu ook dat die bewijsdrang het me niet altijd makkelijk heeft gemaakt. En de mensen om mij heen ook niet. Als je daarnaast koppig en eigenwijs bent, manoeuvreer je jezelf soms in lastige situaties.
Het heeft me veel gebracht. Op plekken waar je normaal niet komt. Maar ik weet ook dat ik dingen heb gemist. En dat ik mensen soms verkeerd heb behandeld. Ik kon een enorme hork zijn. Als ik een doel had, ging ik van A naar B in een rechte lijn. En meestal haalde ik dat doel ook. Wat het ook kostte. Goed was nooit goed genoeg.
Verliezen was geen optie. Winnen.
Al was ik geen slechte verliezer, althans, dat vind ik zelf 😄
Mijn kinderen heb ik dat overigens niet bijgebracht. Voor mij was meedoen belangrijker dan winnen. Al was ik fanatiek. Heel fanatiek.
Waar komt dat vandaan?
Ik ben de jongste van vijf. Een echte benjamin. En ik denk dat mijn vader dacht: wat er ook gebeurt, ik ga hem niet behandelen als de kleinste. Dat is hem gelukt.
“Goed gedaan jongen” heb ik niet vaak gehoord. Het kon altijd beter. Er was altijd wel iets wat anders moest. Het was een harde opvoeding. Niet slecht — zeker niet. We gingen drie keer per jaar op vakantie. We hadden luxe thuis. Maar dat werd er ook altijd bij gezegd: dat hij daar hard voor werkte.
Ik klaag niet. Maar of ik me echt gezien voelde als zoon? Toen niet.
Later heb ik het er met hem over gehad. Zijn antwoord was eerlijk:
“Ik heb toen gehandeld met de kennis die ik op dat moment had.”
En: “Achteraf kan ik het verleden niet veranderen.”
Hij had ook veel aan zijn fiets hangen: een zieke vrouw, een zieke moeder, een reorganisatie op zijn werk, problemen bij zijn vrijwilligerswerk. Dat kon ik begrijpen.
De laatste jaren samen waren goed. Heel goed. Maar daar kom ik later nog op terug.
Ik merk dat ik afdwaal. Maar context is niet verkeerd. En deze zelfreflectie zet me wel aan het denken. Waarom heb ik dingen altijd zo moeten doen? Wat heeft het me gebracht?
Ik had er een mooi gesprek over met Carlo. We liepen door Málaga en gingen Rituals binnen. Een medewerkster vroeg of we thee wilden. Eerst zei ik nee, toen toch maar ja. Even later vroeg ze of ze me wat geuren mocht laten ruiken. Ik wimpelde het kort en bondig af.
Achteraf zei Carlo: “Dit is nou zo’n voorbeeld hoe jij soms kunt zijn.”
En hij had gelijk. Het kon horkerig overkomen.
Wat schiet ik ermee op om zo te doen?
Aan de andere kant: ik had ook geen zin om een half uur geurtjes te ruiken, haha. Maar er is vast een middenweg.
Zo. Ik zie hoeveel tekst dit alweer is. Genoeg voor deze keer.
De volgende keer ga ik verder over de donkere buien en het alcoholgebruik.