Inmiddels ben ik al heel wat steden en dorpjes voorbijgekomen. Ik dacht: laat ik ook maar weer eens wat gaan schrijven. Maar na de vorige blog zaten de emoties er nog wel even in. Ik heb ook weer veel reacties gehad, vaak uit onverwachte hoek. Dat is dus wat er gebeurt als je je kwetsbaar opstelt.
En het volgende hoofdstuk is ook niet bepaald licht. Ik heb er al een paar keer over nagedacht hoe ik dit moest opschrijven, want 2023 was opnieuw een jaar van keuzes.
Nu sta ik in Blanes. Net de was gedaan. Het beddengoed is nog van toen. Misschien moet ik maar eens nieuwe kopen dan is dat ook opgelost.
Nou, daar gaan we dan.
Mijn vader verhuisde definitief naar een verpleeghuis. Het huis heb ik helemaal opgeruimd, alles naar de stort gebracht. Eerst nog langs Het Goed gegaan, maar daar wilden ze het niet eens hebben. Het huis was leeg. Toch raar. Had hier heel wat herinneringen gemaakt.
Gelukkig had hij een dubbele kamer, dus hij kon nog aardig wat van zijn eigen spullen meenemen. Samen hebben we de knoop doorgehakt: het huis ging in de verkoop. Het zag er niet naar uit dat hij ooit nog terug zou komen. Hij had inmiddels weer een TIA gehad, en deze was serieus. Na opname in het ziekenhuis kon hij zijn rechterarm en -been niet meer gebruiken. Zijn mond hing scheef.
Ergens was het bijna komisch: hij moest en zou roken. Dus ik een sjekkie voor hem gedraaid, maar dat ging niet best. Hij kon er niet goed aan trekken. Na een paar weken ging dat gelukkig weer beter. Zelf draaien lukte niet meer. Dus rookte hij weer zoals vroeger: Camel zonder filter. Die kon de sigarettenboer nog gewoon bestellen.
Het ging met de week slechter. Kut om te zien hoe zo’n statige man niet meer voor zichzelf kan zorgen en bij alles hulp nodig heeft. Met een tillift werd hij uit bed gehaald en in zijn stoel gezet. Hij moest gewassen worden en kon zijn eigen billen niet meer afvegen. Dat frustreerde hem enorm.
Roken werd ondertussen levensgevaarlijk hij had overal al gaten ingebrand. Dus een rookschort gekocht. Opgelost.
Ik ging elke dag langs, soms zelfs twee keer. Dan liet ik hem in de rolstoel helpen en liepen we even over de hoofdstraat. Koffie drinken, gebakje erbij. Dat werd vaak een smeerboel, maar wat maakte het uit—hij genoot. Eén keer per week naar de visboer voor een stuk gebakken kabeljauw. En ondanks dat praten slecht ging, legde hij de dames daar nog precies uit hoe ze de vis moesten bakken. Dat zat er bij hem nog wel in.
Thuis ging het ondertussen weer steeds minder. De doelen waren bereikt en ik merkte dat er weer meer gedronken werd. Alles was kut: werk, familie, het verleden. Ik zag dat ze weer somberder werd, er was ook geen land meer mee te bezeilen. Behalve dan als we naar een feestje moesten of naar de kroeg gingen. Dan zat er wat gang in. De toekomst zag er niet rooskleurig uit.
Ik vroeg me af: hoe doorbreek ik dit?
We hadden eerder met een camper door Scandinavië gereisd en dat was goed bevallen behalve het weer. En we hadden het al eens gehad over emigreren. Dus ik dacht: we kopen een camper en gaan een jaar op pad. Weg uit de sleur. Rust creëren. Misschien helpt dat. Weer was ik naïef denk ik.
En eerlijk: ik wilde ook de boel beter in de gaten kunnen houden. Thuis lukte dat niet. Als ik zei dat het minder moest met drinken, was ik “saai”. En na een paar borrels werd ik weer voor alles en nog wat uitgemaakt. Dat gebeurde steeds vaker. Dat begon aan met te vreten merkte ik. Want als iemand je elke keer voor alles en nog wat uitmaakt gaat dat op een gegeven moment onder je vel zitten.
Het was ook niet gezond. Eten schoot erbij in. Ik maakte me ontzettend veel zorgen, er bleef weinig van haar over. Zelfs de huisarts begon zich zorgen te maken. Er werd al gedacht aan drinkvoeding om op gewicht te blijven.
Achteraf denk ik wel te weten waarom eten zo slecht ging: eten en drinken gingen niet samen. En als er gedronken werd, kon er niks meer bij. Wat ik ook kookte en hoeveel rekening ik er ook mee hield het ging erin en kwam er net zo hard weer uit. Hartverscheurend om dit aan te moeten zien, de zelfdestructie.
Achteraf zie ik het. Toen niet. Misschien was ik weer te naïef. Dat schijn ik nogal eens te zijn, maar ik denk niet gauw het slechte in mensen.
Maar ik dacht: doorpakken. Weggaan. Dan wordt het beter. Kon er dan alle dagen op toezien wat er gebeurde.
Inmiddels had ik een makelaar ingeschakeld voor het huis van mijn vader. Dat was gelukkig snel verkocht. Alles netjes afgerond bij de notaris.
Wat me wel verbaasde: zodra het geld op zijn rekening stond, kreeg hij ineens bezoek. Hij kreeg naast mij bijna nooit bezoek. Af en toe de oude buurman, dat was het wel.
Maar nu wisten ze hem ineens te vinden. En ook wat ze met zijn geld moest doen.
Triest.
Ik regelde zijn bankzaken, en hij vroeg me om geld over te maken naar die mensen. Eerst heb ik dat geweigerd. Ineens op de stoep staan als er geld is—ik vond het onverteerbaar. Maar na erover gesproken te hebben, dacht ik: het is zijn geld. Dat moet ik respecteren. En toen duidelijk was dat hij niet meer uitdeelde beleven de bezoekers weer weg.
Ondanks hoe slecht het met hem ging, besloten we toch om in 2024 op reis te gaan met een camper. Geld was er inmiddels genoeg. We hadden goed gespaard en mijn vader had daar ook een hele goede bijdrage aan gedaan.
Dus op zoek naar een camper.
Mijn vader had ik niets verteld over mijn plannen. Dat zien we later wel, dacht ik.
Het was ergens op een zaterdag in oktober. De week ervoor had hij weer een TIA gehad. Er was al afgesproken dat hij niet meer naar het ziekenhuis zou gaan als er iets gebeurde.
Ik merkte aan alles dat hij er klaar mee was. Hij at bijna niet meer, dronk zijn koffie niet meer. Alleen roken deed hij nog. Tot ruzies met de nachtzuster aan toe, die hem meerdere keren per nacht uit bed moest halen.
Samen met de huisarts en het verplegend personeel hadden we afgesproken dat hij geen pijn mocht lijden. Het was niet zozeer pijn, maar onrust. Nachtmerries, vaak over de oorlog.
Hij werd steeds onrustiger en kreeg steeds meer medicatie.
Die zaterdagochtend had ik zoals altijd een tompouce meegenomen. Die wilde hij niet meer. Hij was al vier dagen niet uit bed geweest. De zuster zei dat hij ondanks alles onrustig bleef. Waarschijnlijk wist hij zelf dat het zover was. En hij was er klaar voor.
Ik ging weer naar huis en zei: bel me als er iets is. HZVV moest voetballen. Ik ben maar gegaan.Toen ging de telefoon. ‘ Je vader gaat snel achteruit, je moet komen.”
Ik sprong op de fiets. Tien minuten later was ik er. Te laat. Hij was al overleden.
Misschien klinkt het raar, maar hij was nog warm toen ik bij hem kwam. Ik heb nog even bij hem gezeten, over zijn hoofd geaaid en gezegd dat het goed was zo. Dat hij rust had.Op dat moment voelde ik geen verdriet. Meer opluchting voor hem.Het verdriet kwam later pas.
Ik heb hem gelukkig nooit hoeven vertellen dat ik een jaar op reis zou gaan. Alles heb ik netjes voor hem afgerond.
Na de crematie hebben we met z’n tienen gegeten en gedronken. Met een lach afscheid genomen—zoals hij dat gewild had. Zijn urn heb ik later opgehaald. Die heeft nog een hele reis gemaakt.
Inmiddels hadden wij na een lange zoektocht een camper gevonden. Dat viel nog niet mee—wat zijn die dingen duur. Maar we vonden er één die voor 95% aan onze wensen voldeed. Alleen de kleur van binnen… tja.Toen zij ontslag had genomen en we een vertrekdatum hadden, ontstond er weer een nieuw doel. En dat gaf rust. Thuis werd het weer iets lichter. We werkten weer ergens naartoe.
Na kerst en oud en nieuw zouden we vertrekken. Eerst wintersport, daarna door naar Zuid-Spanje. We hadden het er al over gehad om daar te kijken of we misschien iets konden vinden om te wonen.
Maar dat is voor de volgende keer. De volgende keer de “ laatste reis “.
Al met al was 2023 opnieuw een bewogen jaar. Het verdriet moest nog komen, ik zat denk ik in een overlevingsmodes. En daar begin ik nu langzamerhand uit te komen.
De reis gaat verder.
In kilometers én in woorden.
Met een lach en een
Geef een reactie