Op het moment van dit schrijven zit ik op een terras in het zonnetje in het oude stadscentrum van Cadiz. Met een kop koffie, mijn iPad voor me, en in mijn hoofd de vraag: hoe begin ik aan blog #6?
Volgens mij gaat schrijven bij de meeste mensen ongeveer hetzelfde. Je loopt er een tijdje op te kauwen, denkt na over wat het begin moet zijn en waar het verhaal eindigt. Bij mij werkt dat in ieder geval zo. Vandaar dat ik nu mijn iPad heb gepakt om te beginnen.
In mijn vorige blog zei ik dat ik een telefoontje van mijn advocaat kreeg, en de mail die daarbij hoorde had ik inmiddels ook ontvangen. Wat mij verbaast is hoe dat gemaild wordt. Zelf ben ik geen leraar Nederlands, maar wat een fouten staan er zeg. En niet alleen fouten, maar ook wordt klakkeloos de mail van haar cliënt, inclusief gegevens, doorgestuurd.
Inmiddels heb ik ook al een tweede reactie ontvangen dat ik met mijn blog moet stoppen, anders komt er een kort geding om me te dwingen te stoppen. Om deze futiliteiten kunnen ze zich blijkbaar druk maken, terwijl ze het echte werk laten liggen. Misschien moeten ze zich daar eens druk over maken.
Deze blog schrijf ik om mijn verhaal te vertellen.
Ik heb het al eerder gezegd: ik schrijf over mijn leven van de afgelopen 15 jaar. Vanuit mijn perspectief en mijn ervaring. Ik laat bewust namen en specifieke details weg. Dit is geen blog uit rancune of om iemand op wat voor manier dan ook te beledigen. Ik beschrijf simpelweg hoe ik de afgelopen jaren heb beleefd.
Ik nodig iedereen uit om het te lezen. En ik zou zeggen: vind je het niet leuk om te lezen, doe het dan niet.
Tegelijk kan ik me voorstellen dat deze blog voor sommigen confronterend kan zijn. Dan kan ik alleen maar zeggen: lees vooral verder in de komende blogs. Daarin zal ik ook beschrijven wat deze periode met mij heeft gedaan en hoe mijn leven uiteindelijk behoorlijk overhoop is geraakt. Sommige dingen blijven voor mij tot op de dag van vandaag moeilijk te begrijpen.
Ik moet wel zeggen dat ik mezelf ook af en toe afvraag waarom ik deze blog schrijf. Het is soms best emotioneel en voelt het alsof ik zout in mijn eigen open wond aan het strooien ben. Maar aan de andere kant merk ik ook dat het me goed doet om het zo op te schrijven. Die balans weegt voor mij uiteindelijk zwaarder, en dat is reden genoeg om door te gaan.
Ik krijg veel reacties, ook van oud-collega’s en kennissen uit het verleden. Zelfs van mensen van wie ik dat totaal niet had verwacht. Doordat ik me nu zo openstel, komen die reacties ook. En daar ben ik heel dankbaar voor.
Want ik denk dat hoe ik me vroeger soms gedroeg zeker niet de schoonheidsprijs zou winnen. Ik kan me goed voorstellen dat sommige mensen mijn bloed wel konden drinken. Achteraf gezien begrijp ik dat eigenlijk ook wel.
En dan vraag je jezelf toch weer af — nu het toch over zelfreflectie gaat — waarom heb ik zo gedaan?
Naar mijn idee heb ik dat al eens geprobeerd te ontrafelen, maar waarschijnlijk niet goed genoeg. Maar hoe lang moet je met zo’n proces doorgaan? Ik heb wel eens ergens gelezen dat de verwerkingstijd ongeveer één maand per levensjaar is.
Nou, dan kan ik nog even.
Ik ben nu 56 en laten we zeggen dat ik dan ongeveer 40 jaar heb om te verwerken. Bliksem… dan heb ik nog wel even te gaan.
Maar goed, daar ga ik maar niet vanuit.
Ik merk wel dat ik steeds meer tot de kern van mezelf kom en begin te begrijpen waarom sommige dingen mij zo enorm kunnen raken.
In het verleden kon ik rücksichtslos beslissingen nemen, zonder enige emotie te laten zien. Zowel zakelijk als privé. Daar heb ik ook wel eens discussies over gehad. Zakelijk of privé?
Ik ben wie ik ben. Voor mij zat daar eigenlijk geen verschil tussen. Maar daar denken anderen soms anders over.
Voor mij waren die beslissingen altijd rechtvaardig, alleen hield ik weinig rekening met wat dat voor een ander betekende. Ik wond er geen doekjes om en ging er met gestrekt been in. Achteraf gezien liet ik daarmee soms een spoor van schade achter.
Ik denk dat het een vorm van zelfbescherming was. Vooral niet laten zien wie ik werkelijk was.
Van mensen die over hun gevoel spraken vond ik toen ook wel wat. En een burn-out? Dat was in mijn ogen gewoon een modewoord.
“Hou toch op met die flauwekul en ga gewoon aan het werk,” zei ik dan.
Stress? Dat bestond in mijn wereld niet.
Zelf werkte ik me een slag in de rondte. Vier kleine kinderen, een studie naast mijn werk en ook nog vrijwilligerswerk. Dus kom bij mij niet vertellen dat je het druk hebt of dat je stress ervaart. Hou op met dat gezeur en ga aan de slag.
Inmiddels weet ik wel beter.
Misschien moet je eerst zelf tegen de lamp aanlopen om dat allemaal te kunnen begrijpen.
Nog steeds ben ik ervan overtuigd dat werken goed voor je is. En als je niet gelukkig bent met wat je doet, moet je iets anders zoeken waar je wel gelukkig van wordt. Maar ik weet inmiddels ook dat je stress kunt ervaren door dingen die met je gebeuren waar je zelf geen invloed op hebt. En dat dit hele rare dingen met je lichaam en geest kan doen.
Als mij dit vijftien jaar geleden was overkomen, was ik hier heel anders mee omgegaan. Ik zou zeker geen blog hebben geschreven of er open met andere mensen over hebben gesproken. Want mijn probleem was mijn probleem, en dat loste ik zelf wel op.
Zo deed ik dat al jaren. En dat werkte prima.
Ik heb wel eens tegen mijn coach gezegd dat ik een vakje in mijn brein had waar ik al dit soort dingen in stopte. Dat vakje ging alleen open als er weer iets bij moest. Het interesseerde me helemaal niet wat er verder in zat.
Alleen… het was inmiddels geen vakje meer.
Het was een complete archiefkast geworden.
Ik had het schrijven even aan de kant gelegd en inmiddels is het zondagmorgen. Ik sta nog steeds in Cadiz en het bevalt me hier eigenlijk wel. Zoals zo vaak luister ik naar Vroege Vogels. Ik vind het bijzonder hoe gefascineerd mensen kunnen zijn door de natuur.
Maar goed, ik heb er nog eens rustig over nagedacht.
Gelukkig heb ik toch wat geleerd. Toen mij dit allemaal overkwam, heb ik me anders opgesteld dan ik vroeger zou hebben gedaan. Ik heb hulp gezocht bij professionals, erover gesproken met vrienden en kennissen, en me soms ook kwetsbaar opgesteld. In hun bijzijn gehuild en gewoon gezegd hoe het met me ging.
En dan merk je wat je daarvoor terugkrijgt. Dat is eigenlijk onvoorstelbaar. Ook van mensen van wie je het totaal niet had verwacht.
En dan komt toch weer de vraag: waarom heb ik me niet eerder zo kwetsbaar opgesteld?
Tja… dat is een hele goeie vraag.
Waarschijnlijk zitten er vanuit vroeger dingen in je brein geprint die daar hardnekkig blijven zitten. Hoe hard je ook probeert die te veranderen, ze gaan toch vaak weer terug naar de basisinstellingen. Een beetje zoals Windows.
Daar is soms een harde reset voor nodig.
En ja, ik had mijn brein al eens geprobeerd te wijzigen. Maar nu kreeg ik een echte harde reset.
Alles kwam tot stilstand. Mijn wereld was in één klap veranderd. Het onrecht wat mij daarna is overkomen heeft mij niet alleen stilgezet, maar zelfs een stuk achteruit geduwd.
Maar misschien was het ook wel het moment om mijn eigen programma opnieuw te installeren.
Heb ik van mijn fouten geleerd?
Ik heb het inmiddels twee keer fout gedaan, als je het zo mag noemen. De toekomst zal uitwijzen of ik er echt van geleerd heb. Maar dat ik het nu anders wil doen, dat staat vast.
Zo, dat zijn alweer heel wat woorden. Het moet tenslotte ook een blog blijven en geen boek.
In de volgende blog ga ik weer verder waar ik in blog #5 was gebleven. Want achteraf bleek dat ik toen alweer op het punt stond een fout te maken.
Terwijl ik ooit twee dingen heel stellig had gezegd:
ik trouw niet meer
en ik wil geen kinderen meer.
Tja… we zullen zien hoe dat afloopt.
Zoals ik eerder zei: van buiten keihard, van binnen zacht.
De reis gaat verder.
In kilometers én in woorden, met een lach en een traan.
Geef een reactie