Blog #9 – heftig rauw en confronterend 

Tijdens het schrijven van deze blog zit ik voor mijn camper in Silves. Ik sta op dezelfde camperplaats als twee jaar geleden, rond dezelfde tijd. Naast mij staat dezelfde man als toen. Hij herkende mijn camper; hij vond ’m destijds al een mooi camper. Opvallende kleur daarom herkende hij deze.

We raken aan de praat. Zijn vrouw is een paar maanden geleden overleden. Misschien raar om te zeggen, maar het maatje dat ik dacht te hebben, is voor mijn gevoel ook overleden. Want achteraf gezien was het niet echt.

Ik heb een brief aan haar geschreven. Niet verstuurd, maar gisteravond ritueel verbrand. Lucht dat op? Ja… enigszins. Het was voor mij een streep: tot hier en niet verder.

Het ongeloof en het gevoel van bedrogen, belazerd en leeggetrokken te zijn, zitten er nog steeds. Alle emoties zijn inmiddels wel voorbijgekomen: woede, haat, verdriet en rancune.

Eerlijk is eerlijk: ik heb op het punt gestaan om dingen te doen waar je zomaar een paar jaar voor de bak in kan draaien. Maar ik heb me ingehouden. Geen domme dingen gedaan. Uiteindelijk los je daar ook niets mee op.

De volgende dag dacht ik: ik rijd naar Portimão. De vorige keer vond ik het daar prachtig. Maar dat gevoel was er nu niet. Meer een soort onbestemd, bijna unheimisch gevoel. Alsof het niet klopte. Misschien omdat het te veel herinneringen opriep.

Dus ben ik doorgereden naar Sagres. Daar was ik nog niet geweest. En dat bleek een goede keuze.

Misschien was dat ook precies wat er speelde: te veel herinneringen die ineens weer binnenkwamen. Want het blijft een vreemd iets van de ene op de andere dag iemand verliezen.

Natuurlijk moet ik ook in de spiegel kijken. Ik heb een mail gestuurd met de waarheid—althans, zoals ik die zag en dat werd als laster opgevat. En in mijn emotie heb ik dingen gemaild die ik beter niet had kunnen sturen. Geen rare dingen, maar wel vanuit pijn. Vragen als: wat heb ik gedaan dat ik dit verdien?

Ik heb haar altijd op handen gedragen. Maar zoals ik eerder zei: het bleef een oester. Geen reactie.

Na die bewuste dag heb ik de communicatie verbroken. Tot op de dag van vandaag.

Weer terug naar mijn verhaal. Daarna leek het langzaam wat rustiger te worden. Of misschien leek dat alleen maar zo. Druk zijn met werk en leren geeft in ieder geval focus. Een doel.

Dat betekent niet dat er niets gedronken werd, maar het voelde minder destructief. Of misschien lette ik er gewoon minder op. Ik was vooral bezig met mijn eigen dingen.

In diezelfde periode zat mijn vader inmiddels in een verzorgingstehuis. En al snel begon hij te mopperen. Hij was er, naar eigen zeggen, het minst aan toe van allemaal. En dat stoorde hem enorm.

“Er zitten hier alleen maar halve zolen,” zei hij.

“De buurman staat zomaar in z’n blote reet midden in mijn kamer.”

Het eten was ook niet goed. Tja… mijn vader was van stand. Knakworstjes op brood? Onacceptabel. Groente uit blik? Al helemaal niet. En biologisch was het ook niet.

Ik bracht hem een paar keer per week eten waar hij zin in had. Op zaterdag een gebakje, op dinsdag een stuk gebakken kabeljauw. Maar ondanks alles bleef hij klagen. Hij wilde naar huis. Dat was zijn enige doel.

Na zes maanden aandringen hebben we toch afgesproken dat hij onder voorwaarden terug mocht: thuiszorg, altijd met de rollator lopen en een alarm om zijn nek.

Na een half jaar hebben we alles weer terug verhuisd naar zijn eigen huis. Ik zei nog: dit doen we één keer—heen en weer verhuizen gaan we niet blijven doen.

Terwijl dat allemaal speelde, ging mijn eigen leven ook gewoon door. Mijn zaak begon goed te lopen; Zwolle en Groningen zaten in de opstartfase. Altijd spannend wat er dan gebeurt, maar ik had het er druk mee.

Alsof dat nog niet genoeg was, stopte de voorzitter van onze businessclub. Ik zat al in het bestuur voor commercie en vond dat leuk om te doen. Ook zat ik inmiddels in het bestuur van Vrienden voor Techniek, een club die scholen en werkgevers dichter bij elkaar brengt.

Er moest een nieuwe voorzitter komen. En de rest van het bestuur had besloten dat ik dat maar moest worden. Van alle kandidaten vonden ze mij de beste—ik geloof dat ik de enige was.

Ik heb er even over nagedacht en ja gezegd. Het paste bij mij. En het was voor een goed doel. Bovendien gaf het me energie om samen met een groep mannen te zorgen dat er geld binnenkwam en sponsoren betrokken bleven.

En toen kwam corona.

Net op het moment dat alles begon te lopen, dacht ik: lekker dan. De eerste week kregen we direct mensen terug—dat was even schrikken. Maar gelukkig duurde dat niet lang. Het werk ging door en we kregen het zelfs drukker. Overal waren handjes tekort.

Toen alles weer een beetje normaal werd, bedachten mijn compagnon en ik een nieuw plan: een ouderwets Amerikaans hamburgerrestaurant. Dat kon er ook nog wel bij, dachten we.

We vonden een jonge ondernemer met ambitie en stapten samen in. Mooie plannen, goede energie. Dikke hamburgers van 200 gram, goed vlees, vers brood en friet erbij—dat moest toch werken.

Vol gas vooruit. Pand gevonden, ingericht, veel zelf gedaan… en open.

En toen: corona nog steeds niet voorbij. Weer dicht.

We gingen bezorgen, dat liep goed. Dus we schaafden bij en gingen door. Zoals eigenlijk alles in die periode gewoon doorging.

Ondertussen ging het met mijn vader stukje bij beetje achteruit. Ik ben meerdere keren ’s nachts naar hem toe gereden. Hij belde dan onverstaanbaar, dus stapte ik direct in de auto. Altijd ’s avonds of ’s nachts. Onrust, hyperventilatie.

Op een avond hing zijn mond scheef. Foute boel. Ambulance gebeld. Een lichte TIA, bleek later. De volgende dag mocht hij weer naar huis.

De zorg werd steeds intensiever. Zijn huishoudelijke hulp zat thuis met long covid, dus het schoonmaken deed ik er ook nog bij.

Dit gebeurde in 2020 nog een paar keer. Ik heb heel wat nachten in het ziekenhuis gezeten. Hij had inmiddels een halve apotheek aan medicijnen. Alles was onderzocht. Misschien epilepsie? Nee, zei de cardioloog: ouderdom.

Als ik nu terugkijk op die periode, had ik behoorlijk wat aan mijn fiets hangen.

En toch had ik mezelf beloofd het rustiger aan te doen. Maar ja… aard van het beestje.

Misschien is dat ook de reden dat ik thuis minder zag. Of minder wilde zien.

Ik was vaak ’s avonds weg. En als ik thuiskwam, was het rustig in huis…

maar aan de geur kon ik wel ruiken hoe laat het geweest was.

Tot zover deze keer.

De reis gaat verder.

In kilometers én in woorden.

Met een lach en een …

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *