Ik was vorige week al begonnen met deze blog. Maar er zat een gezellig weekendje met HZVV Onderneemt in Sevilla tussen wat overigens erg geslaagd en gezellig was – en daardoor ben ik opnieuw begonnen. Het voelde toch niet helemaal goed zoals het er stond.
Na zo’n weekend vol gezelligheid en gesprekken krijg je natuurlijk vaak de vraag: waar gaat je reis nu naartoe?
En tot vanmorgen wist ik dat eigenlijk zelf ook nog niet. Dus ik ben maar ingestapt en onderweg begon ik in mijn hoofd aan blog #8.
En ja… wat wil ik nu eigenlijk?
En toen kwam het ineens binnen: ik ga naar Silves.
Toen het convenant getekend was, heb ik een brief geschreven. Aan haar. Open, eerlijk, respectvol. Met een waardig einde. Ik heb die brief nooit verstuurd, maar in zo’n verwerkingsproces lees je vaak dat het helpt om het wél te schrijven. Dus dat heb ik gedaan.
En waarom dan juist Silves?
Omdat ik denk dat dat de plek is waar het eigenlijk al begon te kantelen. Maar, zoals Teddy Swims zo mooi zingt in Some things ill never now, “Where Did Your Heart Let Me Go”, het moment lag waarop er al afscheid van mij was genomen.
Tijdens het opschonen van mijn laptop kwam ik namelijk een mail tegen. Gericht aan de notaris, met vragen over de huwelijksvoorwaarden. Die mail was van rond de periode dat we daar waren.
Voor mij voelde dat als een soort bevestiging.
Dus dacht ik: dat is de plek waar ik die brief ga verbranden.
Mijn eigen nulpunt.
Alles achter me laten wat is geweest. De mooi momenten meenemen en de rest achterlaten.
We waren getrouwd. Dat was de eerste belofte die ik brak.
En toen kwam de tweede.
Ik had altijd heel stellig gezegd: geen kinderen meer.
In het begin waren we het daar ook samen over eens. Maar zoals dat gaat… je hebt het er eens over. En nog eens. En dan ga je er dieper op in: zijn we hier (nog) geschikt voor?
Ik ging er zelf over nadenken.
Ik heb al vier kinderen. Dat leek me altijd meer dan genoeg. Het waren pittige jaren – vier kinderen zo goed als tegelijk is gewoon zwaar, al wist ik toen niet beter.
Maar ergens veranderde er iets.
Ik dacht: waarom eigenlijk niet?
Nog één kindje. Waar ik alle aandacht aan kan geven, in plaats van die te moeten verdelen over vier. En niet dat ik dat ooit erg heb gevonden – integendeel, met heel veel liefde gedaan. Ze zijn nog steeds mijn grootste trots.
Mijn enige voorwaarde: vóór mijn vijftigste. Daarna wilde ik het echt niet meer.
Natuurlijk ging de situatie thuis ook door mijn hoofd. Maar ik wist van mezelf: wat er ook gebeurt, ik kan dit dragen. Op mij kan geleund worden.
Na de geboorte van de jongens had ik me laten steriliseren. Dus dat moest eerst ongedaan gemaakt worden.
Dat kon.
Succeskans: 40%, zei de uroloog.
De hersteloperatie lukte. Ze waren niet overdreven enthousiast, maar het was mogelijk.
En na een tijdje: ja… bingo. Zwanger.
Iedereen blij. De donkere wolk in huis leek even te verdwijnen.
Maar het mocht niet zo zijn.
We verloren het kindje vroeg in de zwangerschap.
Daarna hebben we het er nog vaak over gehad. En soms zeiden we tegen elkaar: is het raar als ik zeg dat ik het niet erg vind?
Het was een zware periode. Met een lange nasleep.
⸻
In diezelfde tijd ging het met mijn vader ook steeds slechter.
Hij was weer gevallen. En hij ging snel achteruit.
Ik ging bijna dagelijks bij hem langs om te kijken hoe het ging. Hij vond zelf dat hij nog prima zelfstandig was… maar hij had duidelijk hulp nodig.
Toen wij een paar dagen weg waren, hield ik altijd contact. Even een foto sturen, een berichtje. En ik kreeg vaak de meest bijzondere reacties terug. Niet omdat hij grappig wilde zijn, maar omdat het soms gewoon niet meer te volgen was.
En dat lag niet aan hem… maar aan hoe het met hem ging.
Op een ochtend stuurde ik weer een bericht. Geen blauwe vinkjes.
Dat kwam vaker voor, dus ik maakte me nog geen zorgen.
Maar na een dag… nog steeds niets.
Gebeld. Mobiel. Huistelefoon. Geen reactie.
Ik raak niet snel in paniek, dus nog een nacht gewacht.
De volgende dag: nog steeds niets.
Toen zijn we gegaan.
Ik kwam binnen en dacht: hier is een overval geweest. Alles lag overhoop.
En daar lag hij.
Tussen de gordijnen. Half opgerold.
Hij was gevallen. Had een zware blaasontsteking en was in een soort delirium terechtgekomen. Hij had geprobeerd op te staan, zijn telefoon te pakken… maar dat lukte niet. Het hele huis was één spoor van pogingen en chaos.
Hij had daar bijna drie dagen gelegen.
De ambulance kwam. Hij was uitgedroogd, ziek, en zijn rug was opnieuw beschadigd.
Na een paar dagen ziekenhuis kon hij naar een herstelhotel. Daar hebben we hem, samen met de huisarts, overtuigd dat thuis wonen geen optie meer was.
Onder voorwaarden ging hij akkoord.
We verhuisden alles naar een verzorgingstehuis. Met de afspraak dat het huis niet verkocht zou worden, en dat hij eventueel terug zou kunnen.
Wij dachten: als hij er eenmaal zit, vindt hij het wel goed.
Na de ruzie over zijn rijbewijs en auto – die ik had afgepakt omdat het echt niet meer kon – probeerde ik het dit keer tactischer aan te pakken.
En dit leek een goede oplossing.
Op dat moment deed het me eigenlijk minder dan je zou denken.
Ik schoot, zoals zo vaak, in de doe-modus.
Regelen. Oplossen. Doorgaan.
Hij zat goed, met zijn eigen spullen om zich heen.
Dus ik dacht: het is goed zo.
Achteraf bleek dat anders.
Eind 2018 begon het weer te kriebelen.
Ondernemen.
Voor mij was het belangrijkste: weer baas over mijn eigen tijd zijn.
Ik dacht er goed over na en kwam iemand tegen met wie ik mijn ideeën deelde. Ik wilde weer iets doen in de uitzendbranche – dat kende ik en dat vond ik leuk.
Hij zei: “Dan beginnen we toch samen een uitzendbureau?”
En dat klonk eigenlijk als een nog beter plan.
Dus daar ging ik weer. Ondernemer.
Dolgelukkig.
We bouwden het snel op. Natuurlijk met wat tegenslagen, maar niets onoverkomelijks. Al snel hadden we mensen aan het werk.
Mijn zus pakte de administratie weer op, zoals eerder.
Ik zorgde voor de klanten en kandidaten.
Later sloot ook mijn dochter aan.
We groeiden al snel.
Veel ambitie.
Werk aan de winkel moest een sterk merk worden.
Tweede vestiging in Zwolle.
Daarna Groningen.
Ondertussen had ik steeds minder oog voor wat er thuis speelde.
Ik zag het wel… maar sloot me er ook voor af.
Werk gaf energie.
HZVV Onderneemt ook.
Lekker bezig zijn. Vooruit. Volgende project.
Altijd in beweging.
Thuis was het nog steeds donker.
Maar er kwam weer wat verandering.
Na aandringen begon ze weer aan een opleiding. Een andere baan.
Dat gaf een nieuwe impuls.
Het werd weer iets lichter. Er was weer een doel.
En een doel hebben… dat doet iets met mensen. Dan kom je ergens je bed voor uit.
Dus het leek weer beter te gaan.
Maar dat betekent natuurlijk niet dat het ook écht beter was.
Achteraf weet ik: dit soort problemen lossen zich niet vanzelf op. Daar moet je samen echt aan werken.
Maar op dat moment… maskeerde dat doel een heleboel.
Voor nu is het genoeg.
Deze drie verhaallijnen neem ik de volgende keer mee:
• Worden de haarscheuren groter?
• Maak ik mijn ambities waar?
• Krijgt mijn vader zijn zin?
De reis gaat verder.
In kilometers én in woorden.
Met een lach en een …
Geef een reactie